Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het vloeibare deel van het product komt in de uitlozingsbuizen, dewijl van hunnen kant juist hier de minste wederstand plaats vindt. Zijn zij verstopt of door andere oorzaken ontoegankelijk, dan voeren de watervaten een gedeelte van het secretum weg, en eindelijk staat de afzondering geheel en al stil. Of klierblaasjes, doordien zich in hunne wanden vezels ontwikkelen, het vermogen verkrijgen om zich zamen te trekken, kan men even min beweren als tegenspreken. In de uitlozingsbuizen aangekomen, wordt de vloeistof dopr middel van peristaltische beweging langzaam verder gevoerd (zie D II p. 590), somwijlen ook met spoed en in een straal uitgedreven , zoo als voor de speekselen melkklieren bekend en voor het vas deferens waarschijnlijk is.

Krampen en verlammingen der uitlozingsbuizen , als oorzaak van vertraagde excretie, zijn wel niet bepaald aangetoond, maar de analogie geeft ons regt, die aan te nemen en ter verklaring van pathologische verschijningen in te roepen. Eenen icterus spnsticus, door krampachtige sluiting der galwegen, namen reeds de ouden aan, wijl zij eenen vorm van icterus waarnamen, die bij gemoedsaandoeningen te gelijk met zamentrekking van bindweefsel en huidvaten te voorschijn kwam. Krampstillende middelen nemen deze ziekte weg. Hausmann spreekt van eene zamentrekking van de uitlozingsbuizen der melkklieren , die het melken belet, het zoogenaamde optrekken der melk, als een bij koeijen en ezelinnen gewoon verschijnsel (1). Eene atonie van de uitlozingsbuizen der lever, ten gevolge waarvan de galafzondering vertraagd schijnt en de lever opzwelt, wordt door geneesmiddelen opgeheven, die zich door het geheele gebied der onwillekeurige spieren werkzaam betoonen , de peristaltische darmbeweging en de expectoratie bevorderen. Zulk een middel is bovenal de tart. emeticus.

In teleologisch opzigt mogen de klieren ter naauwernood in eene klasse bijeengebragt worden. ( Welk een verschil, wanneer wij de betrekking tot het organisme nagaan, tusschen nieren en eijerstokken of ballen: gene, belast met het bloed van een uitwerpsel te bevrijden, deze, de werkplaats ter vorming van een nieuw individu ; gene alleen om der wille van het bloed daargesteld,

(1) Die Zeugung des tveibliclien Eies. p. ?0.

Sluiten