Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom niet, wijl zij, voor zoo verre zij aan het bloed en dillerente stoffen, en met name water onttrekt, andere afscheidingen vervangt en door de eigenlijke collutoria vervangen kan worden. Door het watergehalte van het bloed staan alle deze klieren met elkander in consensus, maar toch met bepaalde wijzigingen. Wanneer de huid- of slijmklieren minder dan de normale hoeveelheid water verwijderen, dan is in een gezond ligchaam de nier ten allen tijde bereid het overschot op te nemen. Niet omgekeerd. Wanneer de afscheiding der nieren verminderd is, treedt er geen vicariërend zweet in, maar er ontstaat waterzucht. Dit is een voor de theorie der afzondering zeer belangrijk verschijnsel. Het bewijst namelijk, dat de nier in eene active betrekking tot het water staat, dat daarentegen de overige hier genoemde klieren tot het water in het bloed in geene naauwere betrekking staan, dan het bindweefsel 'en alle andere weefsels. Bij volkomen evenwigt aller vaten, bieden zelfs de vaten der huid en der slijmvlies-klieren aan het doorzweetende plasma meer weerstand dan de vaten van het bindweefsel en der -vveivliezen, en gene moeten verlamd, door zenuwinvloed verwijd worden, bijaldien zij vicariërend voor de nieren zullen werken. Er moeten diaphoretica op de huid, drastische purgantia op de darmen werken, wanneer de huid en darmklieren het in overmaat voorhanden water zullen doorlaten en ten dienste der sereuze vliezen als het ware daaraan eenige plaats zullen inruimen. Daarom is het noodig, in gevallen, waarin het bloed door buitensporig waterdrinken zoo bedorven wordt, dat de nieren niet meer voldoende zijn om het tot den vorm terug te brengen, door warmte en dergelijke, de huidvaten uit te zetten of ze in eene soort van verlamming te brengen. Neemt na onderdrukking der huidwerk-

rekening dier geneeskunde, welke zichzelve de empirische noemt, en men moet liet der physiologie tot liaren roem nazeggen, dat zij zicli, sinds zij eene zelfstandige wetenschap geworden is, van het deelnemen aan deze mystificatiën geheel heeft vrij gehouden.

De gevolgen van algemeen onderdrukte huiduitwaseming onderzocht Fourcault hij dieren, doordien hij hun ligchaam met ondoordringbare stoffen, vernis en dergelijke, overtrok. De gevolgen daarvan waren overvulling der holten van het hart en der holle aderen, ontstekingen van inwendige organen en de dood. Wanneer een grooter gedeelte huid ongeschikt werd gemaakt voor de uitwaseming, vormden zich chronische irritatiën, tuherkels enz. (Ccmptes rendus. 1837, 26 Mars.)

Sluiten