Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bloed zelfs nadeelig zijn , zoodat het verloren gegane water door drinken weder aangevuld moet worden.

5°. Kiembereidende klieren, eijerstok en bal. Bij hen treedt de werking op het bloed geheel op den achtergrond. De bestanddeelen, welke zij voortbrengen , bezitten in zekere mate den rang van organen, die los raken, ten einde een zelfstandig bestaan te hebben. Welk aandeel de zaaddraden aan de vorming van het embryo nemen, ligt geheel in het duister; naauwelijks mag men een stoff'elijken overgang er van in het ei verwachten. Dat zij echter de wezenlijke en noodzakelijke bestanddeelen van het zaad zijn, schijnt mij eene ten volle uitgemaakte zaak, nadat men die in het tot bevruchting geschikte zaad van bijna alle dieren gevonden (1), nadat men die tot aan den eijerstok levend vervolgd (2), nadat eindelijk Prévost (5) aangetoond heeft, dat van het gefiltreerde kikvorschenzaad alleen het op het filtrum achtergeblevene bevruchtende kracht bezit. Hoe onbegrijpelijk in deze mikroskopische bestanddeelen de oorzaak hunner beweging ook zij , zoo schijnt mij toch het doel er van zeer voor de hand te liggen. Er laat zich geen middel uitdenken, waardoor zij naar den eijerstok geraken zouden, zoo zij zelve niet daarheen zochten te komen. Zamentrekking der tubae zou dan pas kunnen werken, wanneer zij eens in de tubae zijn; bij de bevruchting komen zij echter zeker niet verder dan in den uterus. De ciliën, waaraan men het naast gedacht heeft, golven, gelijk boven reeds vermeld is, in de rigting van binnen naar buiten. Misschien wil men stellen , dat zij na den bijslaap de tegenover gestelde rigting aannemen. Dan blijven echter die gevallen nog onopgehelderd , waar zwangerschap na onvolkomene bijslaap volgde, die ten minste dan niet twijfelachtig was, wanneer op het oogenblik der baring het hymen nog bestond. Daar de zaaddraden zich nu toch eenmaal bewegen, zoo zie ik niet in, waarom men niet zou aannemen , dat zij zich ook naar den eijerstok toe voort bewegen kunnen . Ik wil niet beweren, dat zij dit doen met begrip en be-

(1) Vergelijk Kölliker, Beitr., p. 50 en v. v.

(2) Bischojf en R. Wagner, in diens Phys. p. 49, Barry in Frok. N Nol. N°. 228.

(3) L'Iustitut, 1840, N®. 362.

Sluiten