Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de gronden echter, waarop deze gevolgtrekking berust, gelden er slechts weinige voor de bijnieren. Ilare ziekten zijn naauwelijks bekend. Men weet bijna alleen, dat er wangewrochten in voorkomen, en aan deze lijden dan te gelijker tijd zoo vele meer gewigtige ligchaarnsdeelen, dat zich de symptomen, die van de bijnieren afhankelijk zijn, niet meer laten isoleren. Eistirpatie der bijnieren is niet beproefd; zij bevatten geene holte, geene vloeistof, geene blaasjes. Zoodoende behouden zij niets met de andere bloedvaatklieren gemeen dan den rijkdom aan bloedvaten. Komt daarbij nog het verschil in mikroskopische bestanddeelen, dan moet men wel vermoeden, dat de bijnier ten onregte eene plaats onder de hier behandelde organen inneemt. Voortgezette onderzoekingen van dit veronachtzaamd en tot nog toe, in zekeren zin, maar op het sleeptouw van de overige bloedvaatklieren meêgenomen orgaan zullen misschien ter gunste van het reeds door Bergmaan geuite vermoeden beslissen, dat namelijk de bijnieren in eene naauwere betrekking tot het zenuwstelsel staan. De overeenkomst van hare elementen met gangliënkogels, niet alleen in vorm, maar ook in de verhouding tegen azijnzuur, is een punt van gewigt. Op de overeenkomst in kleur der bijnieren met die der grijze hersenzelfstandigheid heeft Pappenueim reeds opmerkzaam gemaakt. Te gelijk mag men wel acht geven op de bewijzen, waaruit Meckel (2) tot een verband der bijnieren met de geslachtsverrigting besluit.

Ten aanzien der overige of eigenlijke bloedvaatklieren wil ik nog aan een feit uit de vergelijkende anatomie indachtig maken, hetgeen tot opheldering harer verrigting kan bijdragen. Er zijn namelijk bij de ongewervelde dieren aan de vaten blinde aanhangsels voorhanden, die van de omgevende tusschenstoffen of van de in holten des Jigchaams aanwezige vloeistoffen omspoeld worden en vrij in de vaatstammen uitmonden, zoodat zij van deze uit opgespoten en opgeblazen kunnen worden. Men kan ze met de blinde aanhangsels aan de watervaten der darmoppervlakte vergelijken, die in de vlokken uitloopen en uit de holte van het darm-

(1) Kater, L'experience. 1:537, No. 2.

(2) Anal. IV 508.

Sluiten