Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jaag van digt bindweefsel aan, en eveneens is het met de uitwendige huid. Hier is derhalve het tusschenvlies geheel in epithelium en bindweefsel opgelost; evenwel kan men het onderste gedeelte van het rete Malpighii, waarin de cellen nog niet zoo duidelijk gescheiden zijn , als overblijfsel er van beschouwen.

De uitwendige huid bestaat, wanneer men van de vrije oppervlakte naar de diepte toe rekent, uit de volgende lagen :

1 . epidermis,"platte, verhoornde, in azijnzuur onoplosbare cellen.

2 . rete Malpighii; rondachlige , de kern eng omsluitende, in azijnzuur onoplosbare cellen.

5°. tusschenvlies; cytoblasteem met er in gestrooide kernen , nog niet in cellen gescheiden.

4°. cuti.t, de eigenlijke lederhuid, bestaande uit bindweefsel. Zij heeft in verschillende streken des ligchaams eene verschillende dikte , het dikst aan de voetzool en in de handpalmen, zeer dun aan de oogleden , in 't algemeen dikker op den rug dan aan de voorvlakte des ligchaams, dikker bij mannen dan bij vrouwen (1), tusschen -J- en (2).

Als vijfde laag komt hier nog bij : het spiervlies, dat bij de dieren over eene groote oppervlakte der huid zich uitstrekt, bij den mensch echter, gelijk bekend is, zich tot den platysma-myoides bepaalt.

Hier ter plaatse wordt men nog eens indachtig gemaakt, dat de scheiding tusschen de drie bovenste lagen kunstmatig is, en dat zij alle onder de benaming „ opperhuid" kunnen zaamgevat worden (3).

(1) Bioüat , Anat. géner. IV. 303.

(2) Küause, Anat. tweede uitg., I. 122.

(3) Op den strijd over liet bestaan van een rete Malpighii lieb ik vroeger oplettend gemaakt. Hier zijn nog enkele waarnemers te vermelden, die liet aantal lagen in de huid daardoor vermeerderen, dut zij pathologische voorwerpen onderzochten, of de eigenlijke culis in verscheidene Jagen verdeelden. CrdiksdajiK (Ueber die unmerU. Ausdünsluvg. 1708. p. 30) praepareerde van de cutis, behalve de epidermis en het rete, eene geinjicicerde laag af. en na eenige dagen maceratie nog een tweede en een derde, van welke hij vermoedt, dat zij opvolgend aan de oppervlakte de plaats fier opperhuid komen innemen. Gaultier (Rech. anat. sur le syst. culané. 1811, p. 11), die fijne onderzoekingen aan de huid der voetzool in het werk stelde . maakt uit het rete Malpighii vier lagen , namelijk de papillen (Bourgeons stmguins), haar vezelig overtreksel (Alhuginêe) de kleurstof, die alleen bij de Negers zigtbaar is, en de Memhrune albuyinée superficielle, tusschen het pigment en de cuticula. D0TK0CBET(./t)w«fl/ compl.

Sluiten