Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oppervlakte te voorschijn. Het tusschenvlies wordt duidelijker, de eigenlijke mucosa al dunner en dunner, stelt in de darmen en in de grootere uitlozingsbuizen de tunica nervea daar, verbindt zich in de op beenderen vastgehechte slijmvliezen niet het vezelige periosteum (in welk geval het spiervlies verloren gaat), kenmerkt zich in de trachea en de bronchia, door de ontwikkeling van elastieke vezels, enz. enz. Nog verder naar binnen wordt het tusschenvlies onmerkbaar, en er blijven slechts epithelium-cellen en spiervlies over. Eindelijk , waar de uitlozingsbuizen in de klieren naar binnen gaan, verdunt het spiervlies zich tot eenvoudige tunica propria der klierkanaaltjes.

Op de bij voorkeur tot tasten bestemde gedeelten is de uitwendige huid en het slijmvlies met verschillend gevormde uitsteeksels, de zoogenaamde tasttepeltjes, papillae, bezet. Zulke plaatsen zijn de binnenvlakte der vingers en der hand, de voetzoolvlakte, de borsttepel, de lippen, het verhemelte en de tong, de oppervlakte van de glans en de clitoris, de binnenvlakte der groole schaamlippen, de nymphae, de binnenvlakte der scheede, en volgens Berres (1) ook het ostium utvri. Albinus (2) onderscheidt twee soorten van tepels: 1°. draadvormige en 2°. knobbelvormige. De draadvormige zijn het langst aan den bal van den voet, korter in de hand. Van de buigvlakte af worden zij naar den rug van de hand toe steeds korter, en gaan eindelijk in de knobbelvormige over. De langste tepels zijn tevens niet enkel relatief, inaar ook absoluut het smalst. De langste zijn spits, somtijds aan de einden kolfvormig opgezwollen ; de kortere zijn kegelvormig, met afgeronde of dwars afgeknotte punt. Terwijl de knobbelvormige lepeltjes zich nog verder afplatten en aan hare basis breeder worden, gaan zij in zacht glooijende heuveltjes over, en de oppervlakte der huid krijgt een golfvormig aanzien. Geheel en al effen is zij welligt nergens, maar toch verdienen de laatstgenoemde verhevenheden de benaming van tepeltjes niet meer. De lengte der tepeltjes aan het

gehemelte bedraagt ongeveer 0,10"'. De middellijn der fijnste ♦

(1) Mikroshop. Anat. p. 176.

(2) Adnot. acad, Lib. VJ. c. 13.

Sluiten