Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raking blijft (bij chronische ontsteking). Daarbij verzamelt zich de etter tot een absces en doorboort eindelijk de vaatrokken, bijaldien hij niet vroeger verkalkt. Tuberculeuse en kankerachtige verwoesting der vaten, van de omringende deelen uitgaande, komt het menigvuldigst voor. De koudvurige verettering der vaten is altijd van de naburige deelen afkomstig.

1) Necrosering der slagaders. In liet algemeen bieden de slagaderen der verwoesting eenen aanmerkelijken tegenstand, waarom men ook dikwijls in groote etter- of ichorverzamelingen en zelfs bij koudvurige vernieling deiomringende deelen, onveranderde of ook geslotene slagaderen aantreft. Volgens rokitansky gaat de ulcerative verwoesting in ieder geval van de celwijze scheede of de haar omringende deelen uit, en begint liet verzweringsproces nimmer op of in den binnensten vaatrok, dewijl liet atlieromateuse proces, dat voor eene verzwering van dien rok gehouden wordt, volstrekt van geene ulcerative geaardheid is (zie I. bl. 294). Maar, het zij dit proces al dan niet van eenen ontstekingachtigen aard is, altijd brengt het toch verwoesting te weeg van den slagaderlijken vaatwand. —De arteriitis met etterachtig exsudaat (zie I. 292) veroorzaakt in zeldzame gevallen verettering; hoogst zelden is zulks het geval bij de spontane slagaderontsteking, het meest nog bij die , welke op de onderbinding volgt. — De verwoesting der slagaderen door de voortzetting van een verzweringsproces in de nabuurschap, heeft inzonderheid bij kankerachtige en tuberculeuse verzwering, bij maagzweren, etterende sypliilitische bubones, caries enz. plaats. Hierbij vormt zich eene verspreide of. omschrevene aanvreting, met doorboring van den vaatwand; in het laatste geval ontdekt men eene ronde of langwerpige opening in denzelven, die meestal van eenen gladden, als ware het gesnedenen, somtijds ook van eenen ongelijken , uitgerafelden rand omgeven is, en menigmaal van buiten naar binnen trechtervormig toeloopt. — Kleine slagaderlijke vaten worden, volgens rokitansky , te zamen met 4e haarvaten door ettering aangetast, na alvorens geobtureerd te zijn, bij ontsteking en ettering van het weefsel, waar zij door henen loopen. Slechts wanneer de ettering of verzwering zeer hevig voortwoedt, tast zij vaten, die nog niet gesloten zijn, aan, zoo dat er nu ook bloed bij de etter- of ichorverzameling wordt bijgemengd. — De gevolgen der verettering en verzwering van de slagaderen kunnen in bloedingen of aneurysmata bestaan. — Koudvuur der slagaders komt waarschijnlijk alleen in de wanden van groote aneurysmatische zakken of bij eene koudvurige verwoesting der naburige deelen voor.

NB. De haarvaten moeten, volgens rokitansky, bij de zoogen. plilebilis s. angioilis capillaris, die, in de pyaemie (zie I. bl. 211), de metastatische nederzettingen en abscessen veroorzaakt, door versmelting van een vezelstofstremsel in hunne holte, tot ettering geraken, en deze ettering vervolgens op de naburige deelen overplanten (?).

2) Necrosering der aderen. Deze komt geheel en al met die in de slagaderen overeen ; ook hier kan zich, ten gevolge van ontsteking (phlebitis suppurativa en septica) eene verettering of verzwering, het zij van binnen af, het zij van uit den omtrek, instellen (zie I. bl. 285); zelfs is er eene atheromateuse verwoesting van de aderlijke vaatwanden mogelijk (zie I. bl. 295). Het menigvuldigst komt de veretterii\g en verzwering in varikeuse aderen voor.

3) Necrosering der opslorpende vaten. Deze vaten veretteren in de meeste gevallen, ten gevolge van eene etterverzameling in den omtrek, die het vat van de omringende weefsels losmaakt; zij kunnen echter ook inwendig door een etterachtig, in de holte zelve of tussclien de rokken gevormd exsudaat (zie I. bl. 299) vernield worden. —De opslorpende klieren zijn veelvuldig aan verettering (absces, phthisis) onderhevig, en wel door de vorming van eenen zuiver ontstekingachtigen etter (zie I. bl. 300), of door versmelting eener tuberculeuse (1. bl. 179), kankerachtige (I. bl. 199) oftypheuse

Sluiten