Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vig braken), als ook na snelle ontaarding der bloedmassa (bij typhus; pyaemie enz.). In sommige gevallen zag engel duidelijk, dat zich de doorborende maagzweer uit zulk eene aanvreting ontwikkelde. — De oppervlakkige aanvretingen genezen, zonder eenig spoor na te laten; de groote, dieper indringende laten likteekens achter, die rondachtig zijn of gestreept, eenigzins -verdiept, wit, glinsterend, glad en met eenen donkeren, bruinachtigen zoom omringd.

Ziekteverschijnselen. De bloedige doorknagingen zijn de menigviildigste oorzaken der bloedbraking, en kunnen ook maagkramp en alie soorten van gastrische verschijnselen te voorschijn roepen. (Zie bij ziekten der maag).

Doorborende maag-zweer.

De eenvoudige, chronische maagzweer (crcveilhier), door ROKiTiNSKY de ronde, of, wegens haregroote neiging om den maagwand te doorboren, de perforerende maagzweer genoemd, die vooral in den volwassen leeftijd en bij het vrouwelijke geslacht gevonden wordt, gewoonlijk in het pylorisch gedeelte, aan den achterwand en nabij de kleine kromming der maag gezeteld, is in den regel cirkelrond, zelden langwerpig of onregelmatig van gedaante, altijd scherp begrensd, en, naar mate van haar meer oppervlakkig of dieper doordringen in den qaaagwand, of van eenen scherpen, of van eenen verdikten, gezwollen rand omgeven, in wiens omtrek men slechts in zeldzame gevallen vaatopspuiting of kleurverandering in het algemeen kan waarnemen. De grootte van zulk eene zweer, waarvan er gewoonlijk slechts ééne (somtijds 2—4) voorhanden is, verschilt van een tiencent-stukje tot die van een gulden, tot zelfs van eene handpalm toe. De groote zweren, of die door de zamensmelting van meerdere kleinere ontstaan zijn, nemen meestal eene langwerpige, somtijds bogtige gedaante aan en breiden zich uit volgens de dwarse doormeting der maag (eene gordelverzwering daarstellende). Dringt de zweer in de diepte door, dan blijft bet verlies van zelfstandigheid in het slijmvlies toch grooter dan in de spierlaag, ook hier is de gevormde opening schtrp omschreven, zoodat de geheele zweer een trechtervormig aanzien verkrijgt. Wanneer eindelijk de verzwering het buikvlies bereikt, dan wordt dit in het middelpunt der zweer in eene gele verstervingskorst veranderd, die verscheurd of afgestooten wordt, zoodat er nu eene ronde, volkomen gaafrandige opening is gevormd. Bij de voortvreting der verzwering worden zeer dikwijls bloedvaten aangetast, hetgeen zich, zoo lang de zweer den maagwand nog niet doorboord heeft, tot kleinere, ligt voor sluiting vatbare maagvaatjes bepaalt; terwijl er na de doorboring, door de verwoesting van grootere, nabijgelegene vaten (artt. licnalis, coronaria ventriculi , pylorica, gastro-epiploica, pancreatica etc.) onstuitbare, doodelijke bloedingen intreden. — In oudere zweren verandert de trechtervormige bodem in eenen ketelvormig uitgehoolden; somtijds hebben zij ook calleuse, opgeworpen, ondermijnde randen. Op den bodem vindt men menigmaal eene dunne, etterachtige afscheiding, of eene grijze,

Sluiten