Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•spierrand onder den slijmvliesrand terug; het onderweivliescelweefsel en het buikvliesbekleedsel schrompelen ineen, waardoor de slijmvliesranden tot elkander naderen en aaneen gevoegd worden. l)an blijven er strengvormige likteekenen achter, die de dwarse doormeting der maag, in verschillenden graad verkorten, of dit ingewand ringvormig te zamensnoeren. — Bij de doorboring van den maagwand zou de dood weldra door algemeene peritonitis volgen, zoodra de inhoud der maag vrij in de buikholte kon uitgestort worden. Dit is gewoonlijk bij zweren in den voorsten maagwand het geval. Ondertusschen wordt deze treurige uitgang niet zelden, en vooral bij langzaam in de diepte doordringende zweren, voorgekomen, door dat er, nog voorde doorboring, op de plaats der zweer eene ontsteking van het buikvliesbekleedsel tot stand komt, die een calleus wordend vezelstofexsudaat voortbrengt, waardoor de maag met naburige deelen (alvleeschklier, linker leverkwab, karteldarm, milt, middelrif, net) vergroeit. Wordt er in de plaats van dit eeltachtig peritoneale ontstekingsproduct, slechts een eeltachtig, losse adhaesie vormend weefsel voortgebragt, dan komt de doodelijke doorboring en buikvliesontsteking, hoewel later, nog ten gevolge van inflammatie van dit nieuwgevormde weefsel, tot stand; ja somtijds breidt zich de verzwering nog over de eeltachtige verbindingszelfstandigheid en het aangegroeide orgaan uit. Zoodanig eene van buiten vastgegroeide, doorborende zweer heeft meestal eene ketelvormige, bogtige gedaante, het slijmvlies is rondom de zweer gehypertrophieerd, de bodem (die menigmaal de geslotene of opene monding van een belangrijk bloedvat, of van de uitloozingsbuis der ,alvleeschklier vertoont) en de omtrek zijn eeltachtig, de randen afgerond, dewijl zich het slijmvlies van rondom naar buiten omsloeg en met den verbindingscallus zamensmolt. Somtijds, hoewel zelden, schrompelt deze laatste zoodanig ineen, dat de randen der zweer geheel tot elkander getrokken worden, en zich tot een eeltachtig^, vastzittend likteeken vereenigen.

Ziekteverschijnselen. De doorborende maagzweer is in zoo verre eene zeer bedriegelijke ziekte, als zij niet zelden, zonder eenige verschijnselen verloopt, of slechts zeer geringe, eenvoudig gastrische teek enen medebrengt, die maar al te ligt over het hoofd kunnen worden gezien, tot dat plotseling de doorboring van den maagwand of eene hevige bloedstorting den dood veroorzaakt. Buitendien is deze zweer ook voor den Geneesheer onaangenaam te behandelen, als zijnde zeer moeiielijk te herkennen, dewijl het haar aan kenschetsende teekenen ontbreekt, en men de diagnosis alleen van eene negative zijde, door vergelijking met andere ziekten , met welke men de zweer ligtelijk verwisselen kan, moet trachten vast te stellen. Hare voornaamste teekenen (pijn, kramp, braking, maagbloeding, dyspepsie) zijn toch aan vele andere maagziekten insgelijks eigen (b. v. aan de haemorrhagische aanvretingen , den kanker, maagcatarrhus, maagkramp), ja sommige dezer verschijnselen (pijn, kramp, braking) komen zelfs bij ziekten te voorschijn, die met de maag weinig of niets gemeens hebben (clilorose, longtuberkels, liersenlijden, zenuwachtige cardialgie) en moeten grootendeels als excentrische zenuwverschijnselen beschouwd worden. — In het algemeen vertoonen zich, als kenteekenen der ronde maagzweer, de verschijnselen van chronischen maagcatarrhus, nu en dan door die van maagontsteking (acuten catarrhus, gastritis mucosa) en van bloedbraking afgebroken. Daarbij zijn nog van veel beteekenis: de hardnekkig terugkeerende cardialgie, de somtijds aanwezige, vastzittende,

Sluiten