Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(vooral wanneer door voorafgegane braking de hoeveelheid van het maagsap vermeerderd is), of door het opnemen van zure of ligt in zure gisting overgaande voedsels, de verweeking intreedt. Volgens engel komt zij ook gewoonlijk met een acuut en nog menigvuldiger met een chronisch lijden der hersenen verbonden voor, dewijl juist deze de meest gewone'bron der stoornissen in de gezamenlijke voeding plegen te zijn; somtijds is zij daarentegen, zonder hersenlijden ■voorkomende, enkel een gevolg van de aJgemeene atrophie. — Bij de gastromalacie is het slijmvlies of de geheele wand van den blinden zak der maag tot eene grijsachtige, naar het rood- of geelachtige overhellende, doorschijnende, met enkele zwarte strepen (vaatjes met gestremd bloed) doortrokken gelei verweekt, die eene min of meer geconcentreerde en zuur reagerende oplossing van eiwit daarstelt, die ook nog in het lijk in staat is om de naburige deelen (middelrif) op te lossen. Het verweekte gedeelte der maag bestaat somtijds, na de oplossing van het slijm- en spiervlies, alleen nog uit het floersachtig dunne, ligt verscheurbare buikvliesbekleedsel, of het vervloeit geheel tusschen de vingeren.

BedhAr nam de geleiachtige maagverweeking bij zuigelingen onder de volgende omstandigheden waar: 1) als doodelijken uitgang van bloedverdikking (,haemapectis) met eene bijzondere anaemie der longen en der maag, hyperaemie der hersenen en hersenvliezen en eene lijmige exsudaatlaag op de weivliezen ; — 2) bij enterocatarrhus van anaemische, aan langdurige ophthalmoblennorrhoeën lijdende kinderen ; — 3) bij eene uitgebreide versterving aan den navel (zeldzamer); — 4) bij rijkelijke uitzweetingsprocessen in de longen en op de weivliezen; — 5) ten gevolge der ophooping van talrijke, klompachtige melkstremsels in de maag (met eene overmatige uitzetting van dit ingewand) bij kinderen, die met koemelk gevoed zijn.-—Deze Gastromalacie openbaart zich, volgens B., eerst 24 uren voor den dood, en dan nog slechts in sommige gevallen door de uitwerping (door den mond of den neus) eener slijmige, vuilgele, met bruinachtige vlokken vermengde, of van eene chocoladekleurige, vloeibare massa.

Als verschijnselen der maagverweeking worden gewopnlijk opgegeven: een hevige, dikwijls onleschbare dorst, hitte, opzetting en zelfs pijnlijkheid der maagstreek of van den geheelen buik, optrekken der dijen, uitbraking (somtijds stootsgewijs en met eenen sterken straal) van het gedronkene of van eene zuurachtige, gehotte, slijmachtige vloeistof, menigvuldige dunne, nu eens geel en groen gekleurde, dan met een grijsroodachtig, geleiachtig slijm vermengde stoelgangen, snel verval van krachten, vermagering en verbleeking; daarbij groote onrust, slapeloosheid en klagend schreeuwen van het kind, verschillende krampen. Al deze verschijnselen, die ook den zoogen. braakloop kenmerken, begeleiden echter veelvuldiger den catarrhus van het darmkanaal (zie I. bl. 336), die zoo dikwijls bij zuigelingen atrophie veroorzaakt, dan wel de maagverweeking, en deze laatste wordt ook veel menigvuldiger in het lijk gevonden, zonder dat zij zich gedurende het leven door verschijnselen openbaarde.

De geleiachtige darmverweeking, d. i. die, welke met de maagverweeking overeenkomt, niet degene, die door oplossing van het slijmvlies, door middel van ontstekingsproducten (bij catarrhus, croup, loop, als eene roode en witte) ontstaat, komt veel zeldzamer dan de maagverweeking en alleen in de dunne darmen voor, en gaat, even als deze laatste, meestal met hersenziekten, zuur in de

Sluiten