Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spierrok, die somtijds doorboring na zich slepen of tot cicatrisatie geraken. Dc uitgang in ettering cn likteekenvorming komt gewoonlijk alleen in den slokdarm tot stand, waar hij stricturen veroorzaakt, die of eene ringvormige gedaante en eeltachtig maaksel hebben, of door lijstvormige, op klapvliezen gelijkende overblijfselen van het slijmvlies (uitgroeijingen) gevormd worden, even als bij dc cicatrisatie der dysenterische zweer {zie I. bl. 341).

4) I'ecrosering van liet celweefsel»

Het celweefsel is ligtelijk aan verwoesting onderhevig en wel het meest door verettering en verzwering (I. bl. 354) dewijl de meeste ontstekingen, vooral wanneer zij eenen hoogen graad bereiken, in het celweefsel een etterig exsudaat voortbrengen, dat, na de opening van het absces en door de toetreding der dampkringslucht, zeer spoedig in ichor verandert. Buitendien gaat ook elke aanmerkelijke verettering van het celweefsel met koudvurige uitstooting van enkele fragmenten gepaard, hetgeen inzonderheid bij den anthrax (I. bl. 378) het geval is. Bij het ontstekingachtige koudvuur valt het celweefsel tot eene kruimelige of vlokkige, stukwrijfbare massa te zamen, die met vuilbruinen of groenachtige» ichor doortrokken is en somtijds eene groote hoeveelheid stinkend gas ontwikkelt. Volgens rokitansky treedt het koudvuur nog primair, onder verschillende voorwaarden en in de volgende vormen op: de eene maal gaat het celweefsel van eene donkerroode hyperaemische massa tot eene zwartachtige, zeer vochtige, vlokkig stukwrijfbare pulpa over, de andere maal van eene aanvankelijk vuilroodachtige, kleverige pulpa tot eenedrooge, als tonder verstuivende korst; of het ontaardt tot eene witte, vuilgeel- of groenachtige, ligt verscheurbare, vochtige massa.

Het subcutane (I. bl. 357) en het omhullingscelweefsel (I. bl. 358) is het veelvuldigst aan deze verwoesting onderhevig; inzonderheid slepen perityphlitis en pericystitis gaarne ettering en koudvuur na zich. De ontsteking van het parenchymateuse celweefsel veroorzaakt zeer dikwijls abscesvorming en zelden koudvuur; onder alle parenchymateuse organen, maken alleen de longen hierop eene uitzondering (waarschijnlijk wegens de geringe hoeveelheid interstitieel celweefsel tusschen de blaasjes), in welke men zeer zelden een absces, maar, veelvuldiger dan in andere ingewanden, verweeking, verzwering en koudvuur aantreft. Wat de verwoesting van parenchymateuse organen door de verzwering van vreemde (vooral dyscratische) voortbrengselen betreft, zoo heeft het eene deel meer aantrekkingskracht voor deze, het andere meer voor gene dyscrasie.

1) De lever wordt, nog het meest door verettering, bij ontsteking (I. bl. 365) en metastatische nederzettingen (I. bl. 213) verwoest; ook komt er kankerverzwering in dit ingewand voor (I. bl. 197). Daarentegen is koudvuur hoogstzeldzaam en de tuberculeuse verwoesting komt wel nimmer voor, dewijl de levertuberculosis alleen bij eene zeer hevige dyscrasie tot stand komt, die den dood veroorzaakt, nog eer het tot verettering der tuberkelmassa is kunnen komen.—Koudvuur der lever nam rokitansky eenmaal waar, bij eene gelijke aandoening der longen; het ontwikkelt zich in een ontstoken of etterend weefsel, niet zoo zeer ten gevolge van de bijzondere hevig-

Sluiten