Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste geval is het weefsel, — meestal in de regter long en nabij de oppervlakte, op eene of meerdere plaatsen van de grootte eener hazelnoot tot die eens appels, — tot eene aanvankelijk drooge en harde, later vochtige en taaije, zwart- of bruinachtig groene korst overgegaan , die veel gelijkenis heeft met die, welke men door bijtende potascli op de huid te weeg brengt. Deze korst is scherp begrensd , rondachtig of onregelmatig van gedaante, sphaceleus stinkend, vast met het naburige weefsel te zamenhangend, of door talrijke draadvormige stroken los met hetzelve verbonden, of zij is geheel van den omtrek losgemaakt en zit in eene uitholing, van eenen stinkenden ichor omspoeld, of zij is tot eenen bruinachtig groenen, stinkenden, met weeke, vlokkige overblijfselen van het weefsel vermengden, ichoreusen brij opgelost, die in eenen met koudvurige lappen bedekten wand is besloten. — liet weefsel, dat de koudvurige versterving omgeeft, kan men in zeer verschillenden toestand aantreffen. Somtijds is het slechts met eene zuivere of bloedkleurige wei geïnliltreerd, en dan ontwikkelt zich niet zelden, bij de versmelting der korst, een verspreid koudvuur in den omtrek. Meermalen is de plaats der versterving door eene zoogen. asthenische stasis of door eene reactive ontsteking omringd, die een exsudaat van verschillende hoedanigheid te weeg brengt. In het eene geval namelijk, vervloeit het tot eenen koudvurigen brij, in het andere vormt het eene geleiachtige, wankleurige of wel eerxe vaste, croupeuse hepatisatie; dikwijls is het etterachtig van aard en brengt de alstooting van het verstorvene te weeg; ja het kan zelfs een calleus weefsel vormen en zoodoende de verstervingsholte afsluiten, die, na de ontlasting van haren inhoud, door eenen luchtpijptak op de wijze van een absces, cicatriseert (I. bl. 324). — De koudvurige versterving blijft nimmer tot de oorspronkelijk aangedane plaats bepaald; zij gaat altijd verder voort, en zoodoende den dood of de genezing te gemoet. Dit laatste is het geval, wanneer de ichorverzameling zich door eenen luchtpijptak ontlast en de omtrek, ten gevolge cener reactive ontsteking, in likteekenweefsel verandert. De dood daarentegen, wordt bij de vergrooting der koudvurige verwoesting door ontwikkeling van verspreid koudvuur, door rijkelijke bloedingen, ver uitgestrekte ontsteking, doorboring van het koudvurig aangetaste borstvlies (pneumothorax), zelfs van den borstwand (het middelrif) veroorzaakt. — Het gedeeltelijke koudvuur ontstaat, volgens rokitansky, dikwijls in geheel gezonde longen, onder algemeene, dc voeding onderdrukkende oorzaken, bij zwakke, uitgeputte, dyscratische voorwerpen (vooral na typhus, uitslagziekten , pyaemie enz.), door dat het zich uit eene begrensde, passive stasis ontwikkelt, of zich bij eene longontsteking, een metastatisch of zuiver longabsces, bij eene tuberculeuse vomica of bij eene bronchitis voegt.

Ziekteverschijnselen. Het koudvuur dei' tongen kan volstrekt niet in alle gevallen herkend worden , dewijl liet zich alleen, bij bestaande gemeenschap der etterverzameling met eenen luchtpijptak, door den sphaceleus riekenden adem en fluimen kenmerkt; terwijl er dikwijls in het geheel geene plaatselijke verschijnselen voorhanden zijn of alleen zulke, die ook andere ziekten der longen zouden kunnen aanduiden. In het algemeen en in zeer uitstc-

Sluiten