Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende gevallen is het beloop van het verspreide koudvuur van het partiële wezenlijk onderscheiden. — Het verspreide koudvuur der longen verloopt zeer snel, gewoonlijk onder typhoïde verschijnselen , met geene of zeer verschillende wijzigingen der ademhaling; pijn in de borst, stinkende adem ontbreken zeer dikwijls en slechts zelden grijpen er bloedingen uit de luchtwegen plaats. Het natuurkundig onderzoek levert de verschijnselen van oedeem der longen op.—Het omschreven koudvuur der longen heeft een minder acuut, somtijds een chronisch beloop en verraadt zich meer door plaatselijke, dan door algemeene verschijnselen. De plaatselijke teekenen zijn echter dezelfde, die bij ontsteking, abscesvormiiig, oedeem enz. der longen, worden aangetroffen, en slechts de pestaardige stank van den adem en de opgehoeste fluimen laten het koudvuur herkennen. De algemeene verschijnselen, als koorts, angstgevoel, collapsus, aanmerkelijk wegzinken der krachten enz., ontbreken dikwijls geheel en leveren buitendien ook niets beslissends voor de herkenning van het koudvuur der longen op.

5) Xccroscring der nitwendige liuid.

De huid wordt meest door verettering en verzwering verwoest, ten gevolge van zeer verschillende soorten van ontsteking, door welke zij, of primair wordt aangetast, of die door ziekten der onderliggende deelen worden veroorzaakt. Zoo brengt somtijds de erythemateuse ontsteking (I. hl. 375) eene oppervlakkige verettering der lederhuid te weeg, terwijl de phlegmoneuse ontsteking (I. hl. 370) eene ettering na zich sleept, die liet corium in zijne geheele dikte verteert en ook niet zelden (bij een chronisch beloop) verzwering veroorzaakt; de furunculaire en exanthematische ontstekingen der huid (I. bl. 378) geven het ligtst tot ulcerative processen aanleiding (zie bij huidziekten). —- Buitendien komen er ook niet zelden door de opvolgende veranderingen van verschillende vreemde vormsels (vooral van kanker, I. bl. 204; epitheliaal-woekeringen, I. bl. 122), die oorspronkelijk in de huid of in het onderhuidscelweefsel gezeteld zijn, ulcerative verwoestingen in de huid tot stand. — Het koudvuur der huid volgtf op eene te hoog geklommen ontsteking (I. bl. 377), inzonderheid bij eene groote uitputting van het bloed- en zenuwleven, of het is een gevolg der opgehevene stofverwisseling. De vormen, waaronder het voorkomt, zijn die van vochtige of drooge, koudvurige versterving. Bij het vochtig koudvuur, verandert het weefsel der huid, nadat de epidermis in blazen, met eene bloederig-ichoreuse vloeistof, is opgeligt, tot eene wankleurige bruin- of groenachtige, zwartachtige, pulpeuse, stinkende massa, liet droog koudvuur stelt, of eene zwarte korst daar (bij een meerder gehalte aan bloed) of eene witte mumificatie (bij anaemie); bij deze laatste, welke rokitansky meent, dat door eene overmatige spanning en daardoor verhinderde instrooming van bloed in de haarvaten veroorzaakt wordt, is het huidweefsel in eene vuil geelachtig witte, grijze, ligt verscheurbare korst veranderd.

1'ecroseriiig van Het librense weefsel.

Het fibreuse weefsel kan, ten gevolge van ontsteking (I. bl. 381) zeer ligt veretteren; voornamelijk is dit het geval, bij de ontste-

Sluiten