Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fcïng van zulke vezeldradige vliezen, die, voor de voeding van onderliggende weefsels zorgende, talrijke bloedvaten bevatten, zoo als het periosteum en perichondrium; verder komt de verettering ook dikwijls voor bij ontstekingen, die in ontbloote vezeldradige deelen plaats hebben en door de dampkringslucht en andere uitwendige prikkels onderhouden worden. Zeer ligt ontaardt de vercttering, onder zulke omstandigheden, in verzwering, die zich echter meer nog van naburige deelen op het vezelige weefsel uitbreidt. De etteren ichorverzamelingen in het fibreuse weefsel verkrijgen somtijds door de vleeschheuveltjes, die in den omtrek voortwoekeren, een fungeus, sarcomateus aanzien. — Koudvuur, ten gevolge van primaire ontsteking, wordt zeer zelden in het vezelige weefsel waargenomen; eer nog is dit aan eene koudvurige verwoesting onderhevig door de inwerking van den sphaceleusen ichor, in naburige deelen gevormd (bij decubitus, gangreen der huid, van het celweefsel, de spieren enz.). Daarbij gaat het tot eene wankleurige, bruin- of groen zwartachtige, met ichor geïnfiltreerde, ligt verscheurbare, tonderachtige massa over. Op gelijke wijze ontaardt het fibreuse weefsel primair, na hevige mechanische beleedigingen, ontblootingen berooving van vaten.— Tuberculeuse en kankerachtige verwoesting komt zelden primair tot stand, daarentegen gaat zij niet zelden van de naburige deelen uit.

1) Het beenvlies wordt bij hevige graden van ontsteking, gewoonlijk dooi ettering en verzwering aangetast (I. bl. 382); maar bet wordt ook zeer ligt door naburige etterings- en verzweringsprocessen (in de aangrenzende beenderen , weivliezige en synoviaalzakken) verwoest.

2) Het kraakbeenvlies wordt vooral aan het strottehoofd, ten gevolge van ontsteking, bij de zoogen. rheumatische strottehoofdstering (I. bl. 384), de zitplaats van veretteving of verzwering; ook kunnen diep ingrijpende ulcerative processen op het slijmvlies (II. bl. 6) tot vernieling van liet kraakbeenvlies aanleiding geven.

3) Het harde hersenvlies verettert en necroseert, alleen ten gevolge van secundaire ontstekingen, inzonderheid van caries van het inwendige oor , van den doolhof, het zeefbeen , den bovensten halswervel en zijne banden. — Ook kan de dura maler de zitplaats worden van tuberculeuse verettering bij tuberculeuse caries der schedelbeenderen en door kanker (fungus durae matris; I. bl. 202) verwoest worden.

4) De banden en pezen zijn, bij ontblooting of tengevolge van verwoestingsprocessen in naburige beenderen en gewrichtsbanden, aan verettering en verzwering onderhevig (I. bl. 386).

5) üe albugineae (I. bl. 386) worden alleen door de versterving der organen, die zij omhullen, verwoest, maar dit geschiedt zeer moeijelijk en komt zelden voor.

S) IVecroseriitfï van liet beenweefsel.

In het beenweefsel komen nagenoeg alle soorten van verwoestingsprocessen voor en deze kunnen evenzeer van eenen zuiver ontstekingachtigen, als van eenen dyscratischen aard zijn. Hiertoe behooren: de verettering, de verzwering en het koudvuur, alsmede de tuberculeuse, kankerachtige en syphilitische verwoesting; ook zou men de ontstekingachtige osteoporosis hiertoe kunnen brengen. Maar niet alleen wordt het beenweefsel, ten gevolge van eigene ziek-

Sluiten