Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten vernield, hetzelfde gevolg kunnen ook ziekten van naburige deelen, vooral van het periosteum hebben.

a) De been veretteri n g (I. bl. 392) is het gevolg eener beenontsteking, met een albumineus of etterig vervloeijcnd vezelstofexsudaat, en is of aan de oppervlakte of in het inwendige van het been (absces; 1. bl. 399) gezeteld.

/>) De been verzweri ng, caries, (osteohelcosis, beeneter), die naar hare zitplaats en uitbreiding, in eene caries superficialis s. periphcrica en eene profunda s. centralis, of in eene c. totalis en partialis verdeeld wordt, komt met de verzwering der zachte deelen overeen, en ontwikkelt zich uit eene etterachtige ostitis, nu eens ten gevolge van zuiver plaatselijke invloeden, dan weder bij algemeen werkende oorzaken; dikwijls is zij ook secundair, door verzweringsprocessen van naburige zachte deelen te weeg gebragt (vooral aan de gewrichten). Zij verloopt gewoonlijk chronisch, maar somtijds vrij acuut; zij komt menigvuldiger bij jeugdige voorwerpen en in den mannelijken leeftijd voor en tast het meest de bloedrijke, sponsachtige beenderen aan (de ossa carpi en tarsi, de uiteinden der lange beenderen, de wervelen, het borstbeen), maar verschoont de vaste beenzelfstandigheid geenszins en treedt, zoo wel in oorspronkelijk gezond als in ziekelijk ontaard beenweefsel, te voorschijn. Het verlies van zelfstandigheid komt bij caries door versmelting van het beenweefsel in den ichor (d. i. eene wankleurige, scherpe, zilveren sonden en lijnwaad zwart kleurende, vetachtige, kleine, afgestooten beenstukjes bevattende vloeistof) tot stand.

Patho 1 ogisch-anatomische verschijnselen. Bij oppervlakkige caries vindt men de beenschors onder een bedeksel van ichor ruw, als het ware aangevreten of afgeknaagd; de mergkanaaltjes zijn ongelijkvormig verwijd (door versmelting hunner wanden) en met ichor gevuld, het weefsel, dat zij bevatten, is tot eene vlokkig stukwrijfbare massa ontaard; het been doet zich dien ten gevolge poreuser, ichoreus geïnfiltreerd en wankleurig voor. Somtijds ontwikkelen zich echter nog uit het plastische gedeelte van den ichor losse, ligt bloedende vleeschheuveltjes, die zich van buiten over de ruwe beenoppervlakte in eene woekerende hoeveelheid uitbreiden, inwendig de verwijde mergkanaaltjes aanvullen; in dit geval vertoont zich het been insgelijks poreuser, maar, ten gevolge der granulatiën vleescbachtig en blaauwachtig rood gekleurd. — Bij centrale caries der mergzelfstandigheid zwelt het been aan, de schors verdunt zich en het inwendige stelt een met ichor geïnfiltreerd of met sponsachtige granulatiën opgevuld, week, fijn vezelig beenskelet daar. — Somtijds versterven bij de caries grootere beenstukken ten gevolge van den door de carieuse verwoesting afgesneden toevoer van bloed (caries necrotica) en deze necrosis strekt zich ook somwijlen over beenstukken uit, die geen deel aan de ontsteking, noch aan de verzwering genomen hebben. — Het omringende beenweefsel bevindt zich dikwijls in eenen toestand van hyperaemie en ontsteking, waardoor zoowel porosis als sclerosis en osteophytvorming kunnen te weeg gebragt worden. — De naburige zachte deelen en vooral het beenvlies, geraken, ten gevolge

Sluiten