Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

du het gezwel nog niet ontledigd (door kunsthulp of verettering van de bekleedselen), dan gaat de caries in de diepte voort, eindelijk grijpt er uitstorting van ichor op de binnenvlakte des schedels, met losmaking der dura matei' plaats, en het been necioseert in zijne geheele dikte. Te gelijk verzweren de bedekkende, zachte deelen en de dood volgt door uitputting, pyaemie of meningitis, niet zelden alleen, omdat de Geneesheer de opening van het gezwel hardnekkig bleef weigeren. Ontlast zich echter het gezwel naar Luiten, ook in zulk een gevorderd tijdperk, zelfs bij exfoliatie van beenstukken, dan volgt er eene goedaardige ettering en de heenderen vereenigen zich weder met het pericranium door middel eener tusschenliggende laag granulatiën. Daarna blijft het been nog eenigen tijd op de plaats van den thrombus dik en oneven, hetgeen echter

langzamerhand verdwijnt.

Het ccphalaematoma wordt waarschijnlijk door verscheuring van bloedvaten in het been, ten gevolge van mechanische invloeden gedurende de baring, maar vooral bij hyperaemische schedelbeenderen te weeg gebragt; het ontwikkelt zich spoedig na de geboorte tot een gezwel. Menigmaal komt het echter eerst verscheidene dagen na de geboorte te voorschijn. Het beloop kan tot 3-4 maanden gerekt worden.

NB. Met het ceplialaematoma schijnt eene uitstorting van bloed onder liet perichond 1 iu m dev k raak beenderen van het oor , ten gevolge van hevige drukking of slagen (thrombus auricularis; I. bl. 38 en 384) geheel overeen te komen.

1») Apoplexie der -vliezen.

Uitstortingen van bloed in het weefsel der vliezen, die bij eenige uitgebreidheid, ook dikwijls aan derzelver vrije oppervlakte te voorschijn komen, zijn de gevolgen van hooge graden van bloedstilstand en vertoonen zich dan meest als kleinere ecchymosen, oi zij worden door ziekelijke ontaardingen van het weefsel veroorzaakt, en doortrekken dan niet zelden grootere plekken. Inzonderheid brengen passive en snel opkomende mechanische stases zulke bloedingen te weeg; ondertusschen vindt men ook dikwijls bij ontsteking der vliezen, de roodheid met kleine extra vasaten vermengd. Deze bloedingen genezen door opslorping van het uitgestorte, gewoonlijk met achterlating van pigment; of zij veroorzaken ook wel verzwering en koudvuur.

(A In de uitwendige huid komen extravasaten \oor, die nu in het huidweefsel zelf of in de smeerblaasjes, dan tusschen de epidermis cn het corium of in het onderhuidscelweefsel gezeteld zijn en kleine, omschrevene vlekken (petechiae, bloedvlekken, purpura maculosa) of striemen («ibices) darstellen, of den vorm van knopjes, blaasjes en blazen (purpura papulosa [s. lichen lividus] , urticata, vesiculosa, bullosa) aannemen. De bloedvloeiingen der huid komen hoofdzakelijk door passive stases, bij groote ligchaamszwakte en snel intredende hloedontmengingen, voor (vooral bij uitputting door een lang ziekbed, oude lieden, typhus, scorbut enz.).

b) Bloedvloeiingen in liet celweefsel (apoplexia textus

Sluiten