Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cellulosi) komen meest door passive en mechanische stases tot stand; de eerstgenoemden kan men als oorzaak beschouwen bij de plotselinge verlamming der voornaamste zenuwen van een deel (bij vorstbuilen?), bij scorbut, lyphus, enz.; de laatstvermelden brengen vooral sugillatiën bij beklemmingen te weeg.

c) SI ij m vlies apoplexie n komen voornamelijk in de maag en het darmkanaal voor, als ook in de luchtpijptakken, en ontwikkelen zich, of uit een' activen, of uit een' passiven, of mechanischen bloedstilstand.

d) In weivliezen vertoonen zich kleine extravasaten alleen hij de ontstekingachtige stasis, inzonderheid bij groote ligchaamszwakte.

e) Onder de vezeldradige vliezen wordt het beenvlies nog het meest door apoplexie aangedaan en wel gewoonlijk ten gevolge van passive stases of ontstekingen.

11) Apoplexie der spieren.

De spontane bl oe d vl oeij in gen in het spierweefsel, waarbij het gelijkmatig geïnfiltreerd of gekneusd en tot eenen murwen, roestkleurigen brij verweekt wordt, zijn de gevolgen van passive stases bij eene snelle ontmenging des bloeds (scorbut, typhus) of hij eene plotselinge verlamming der spier (aan de basis van hypertrophische harten). Zij komen verder tengevolge van ontsteking, als ook van ziekelijke broosheid of vetontaarding der spieren voor.

3) ESIoeiliiigeii in opene lioHen.

Het uitgestorte bloed, — dat in de opene, met slijmvlies bekleede holten geraakt en als eene zoogen. vrije bloeding in den vorm van bloed d r uppeli ng, bl oe d vl oeij ing en bloeds to rti n g, zeer verschillend in hoeveelheid en bijgemengde stoffen, door de natuurlijke openingen naar buiten ontlast wordt, of ook, als eene inwendige verbloeding niet te voorschijn komt, — is uit de bloedvaatjes van het slijmvlies afkomstig, die of, ten gevolge eener ontstekingachtige, passive of mechanische stasis verscheurd, of door een verstervingsproces van het slijmvlies (verweeking, verettering, verzwering, koudvuur) verwoest zijn. Het kan echter ook van bloedstorting uit naburige vaten en organen uitgaan, en na doorboring van het gezonde slijmvlies, in deszelfs holte geraken. Dat bloedstortingen in opene holten zoo menigvuldig zijn, hangt deels van de vaatrijkheid en het losse weefsel, deels van de menigvuldige gelegenheid tot prikkeling en verwoesting van het slijmvlies af. — Naarmate van de oorzaak, die de bloeding te weeg bragt, vindt men het slijmvlies, ten gevolge van het bloedverlies, bleek, anaemisch, of met bloedrood geïmbibeerd, of ligt bloedend, los gezwollen, opgespoten, ontstekingachtig rood gekleurd; of op velerlei wijze verwoest; de holte is meer of minder met vloeibaar of gestremd bloed gevuld, maar wordt ook wel zonder eenig bloed gevonden.

1) Neusbloeding, epistaxis.

De rhinorrhagie komt, wanneer wij de traumatische oorzaken daarlaten, het meest in jeugdigen leeftijd voor (habitueel), bij een te II. 4

Sluiten