Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet schuimend water. Het meest zijti (in het lijk) de achterste en laagstliggende gedeelten der longen met water gevuld. Gewoonlijk zijn de beide longen tegelijk oedemateus en bevindt er zich ook eene uitstorting van water in de borstholte. — De ziekteverschijnselen, bij het chronische longenoedeem, zijn dezelfde, die zich bij het acute vertooncn (I. bl. 318).

3) Oedeem der lever, der milt, der nieren, en van andere parenchymateuse ingewanden, komt ongetwijfeld (vooral ten gevolge van mechanischen bloedstilstand) dikwijls voor, maar het geeft tot geene belangrijke stoornissen aanleiding.

4) Oedeem der vliezen. De vliezen zijn veelvuldiger de zitplaats eener weiachtige infiltratie, die het gevolg is van ontsteking (active stasis), dan wel van eene zuivere waterzuchtige zwelling. Ondertusschen kunnen zij toch ook, ten gevolge van passive en mechanische stasis (bij verlamming van zenuwen, drukking op de vaten, ziekten der vaatwanden) door waterverzamelingen aangedaan worden. Evenzoo kunnen zij aan algemeene waterzucht deel nemen.

a) Bij de waterzucht van de huid en het celweefsel zijn gewoonlijk ook de onderliggende spieren hydropisch; het vet verschrompelt tot roodachtige, harde korreltjes of het verdwijnt en wordt door eene vettig geleiachtige en eindelijk geheel weiachtige vloeistof vervangen. De huid is anaemisch, geleiachtig gezwollen, en vervalt dikwijls in verzwering, hare zenuwen worden dun, zeer slap en als het ware gemacereerd.

b) Oedeem van het slijmvlies maakt hetzelve bleek en geleiachtig week, somtijds zoo, dat het een gemacereerd voorkomen heeft, en bij den geringsten druk vervloeit. — Het chronische oedeem der stemspleet vergezelt de chronische , tuberculeuse en syphilitische ontstekingen van het strottehoofd en de luchtpijp. Het gezwel is hier vaster, harder en onregelmatiger, en bij het insnijden ontlast zich het water niet zoo snel, als bij het acute oedeem (I. bl. 313), maar langzaam.—Oedeem van het slijmvlies der maag en darmen treft men aan: bij peritonitis, buikwaterzucht, ulcerative processen op het slijmvlies, verlamming van darmen enz.

c) Oedeem der binnenste hersenvliezen. Het acute oedeem, — waarbij de arachnoidea en pia mater gezwollen, ligt verscheurbaar en anaemisch zijn, en er tusschen dezelve eene belangrijke hoeveelheid kleurloos, helder water is uitgestort, — komt, volgens engel, bij vele acute koortsachtige en bepaaldelijk ontstekingachtige ziekten, in eiken leeftijd voor, en is de gewone oorzaak der zoogen. sereuse apoplexie. Het vergezelt dikwijls acute uitslagziekten, typhus, puerperale ziekten, longontstekingen j dikwijls is het de oorzaak van plotselingen dood, bij verbrandingen, verwondingen, groote kunstbewerkingen, hevige gemoedsprikkelingen, ziekten van den geest. Dikwijls, maar niet altijd voegt het zich bij het acute liersenoedema en de ontsteking der hersenen en hersenvliezen. — Het chronische hersenvliesoedema, — waarbij de vliezen (meestal slechts op afzonderlijke plekken) verdikt, zeer taai, ondoorschijnend, wit en met sterke pacchiorti'sche granulatiën bezet, de groote aderen uitgezet, sterk gekronkeld, dik van wanden „ maar bloedarm, de haarvaten bloedledig zijn, en er zich tusschen het spinnewebs- en zachte hersenvlies veel kleurloos of bleekgroenachtig water bevindt,—is, volgens engel, eene ziekte van den gevorderden leeftijd, en hangt van de volgende oorzaken af: aanmerkelijke zwakte, vooral na langdurige ziekten, uitputting der zenuwkracht, ten gevolge van allerlei uitscheidingen (exsudaten, kanker), voorafgegane ontstekingen der schedelbeenderen, der dura maler en der binnenste hersenvliezen zelve, belemmeringen der veneuse circulatie in de hersenvliezen door drukking van vreemde vormsels, uitgestort bloed, paccliiom-

Sluiten