Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glomeraten van deels van elkander afgeslotene, deels met elkander gemeenschap oefenende, met verschillende vloeistoffen gevulde cysten (en vakken). Dit cystoïd ontstaat daardoor, dat er zich in den wand eener oude cyste eene nieuwe ontwikkelt, of dat er op de binnenste oppervlakte eener moederblaas cysten ontstaan, die er met eene breede grondvlakte ol met eenen steel aangehecht zijn , somtijds de moedercyste geheel opvullen, zich in dezelve uitstorten, met haar vergroeijen, in zich zelve eene derde orde van cysten voortbrengen enz. Dikwijls vindt men deze beide vormen in een en hetzelfde cystoïd. Misschien ontwikkelen zich deze cysten oorspronkelijk ook uit een Graafiaansch blaasje, en wel, als eenvoudige cyste, of zij stellen van den aanvang af eene nieuwe voortbrenging daar. De nog overgeblevene zelfstandigheid van den eijerstok vertoont zich aan de basis van het cystoïd, als eene verdigte, uitgebreide massa. — c) Alveolaire hydrops van den eijerstok is een areolaire kanker, en werd reeds I. bl. 200 behandeld. Gewoonlijk wordt slechts een eijerstok ziekelijk aangedaan, somtijds echter beide na elkander, waarbij dan de eene altijd in ontwikkeling en plaatsverandering achter den anderen blijft. De cysten worden zeer dikwijls de zitplaats van ontsteking, die ol haar buikvliesbekleedsel ol den wand zeiven aantast, en in het laatste geval haar voortbrengsel (dat nooit tuberculeus is) in de holte der cyste afzet. In zeldzame gevallen heeft men ontlasting van het hydroarion door de tuba en de baarmoeder naar buiten, (hydrops ovarii profluens), of eene doorboring en ontlediging in de pisblaas en den endeldarm waargenomen. Somtijds verbindt zich de eijerstokswaterzucht met kanker, bijna nooit met tuberkelzucht.

Ziekteverschijnselen. Het hydropische ovarium stijgt bij zijne vergrooting in de buikholte op, waar het zoo lang verschuifbaar blijft, tot dat het, ten" gevolge van buikvliesontsteking (die zich dikwijls herhalen en een chronisch beloop aannemen kan), aan naburige organen wordt vastgehecht, of door zijnen eigenen omvang, die de geheele buikholte inneemt, op zijne plaats bevestigd° wordt. Allengs verdringt het de buiksingewanden uit hunne plaats, liet darmkanaal gewoonlijk naar beneden en naar de lendenstreek, de lever, de maag en de milt hoog naar de borstholte op - verder trekt het de baarmoeder met zich in de hoogte, zoodat deze met de scheede niet alleen dopr de uitrekking verlengd wordt, maar zelfs eene scheeve gedaante verkrijgt, (waarbij de bodem van den uterus altijd van liet ovarium afgewend, de hals schuins naar hetzelve toegekeerd is), hetgeen door de scheeve houding van het ongemeen hoog geplaatste scheedegedeelte bemerkbaar is. Bij eene belangrijkere vergrooting van het ovarium wijkt de navel en de linea alba naar de andere zijde af,' en de zwelling neemt langzamerhand, voor hare vroegere zijdelingsche, eene centrale plaatsing aan. Het algemeen welbevinden kan daarbij langen tijd ongestoord blijven, en de nadeelen, die het hydroarium te weeg brengt, zijn nagenoeg alleen van mechanischen aard.

2) Sereuse cysten der lever, zijn veelvuldig en komen zeldzamer in de gedaante van eenvoudige sereuse cysten (sereuse blazen met eenen helderen, waterachtigen inhoud), dan in die van acephalocystenblaas (I. bl. 133) voor. Deze laatste vormt aanvankelijk eenen zak met weivliezige wanden, die echter spoedig nog een uitwendig fibreus bekleedsel verkrijgt, en die inwendig, behalve

Sluiten