Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C) BBypcr- en atroplile van Het slijmvlies. „\ Dc hypertrophie van het slijmvlies doet, of voorheerschend het epithelium, de slijmblaasjes of het gezamenlijke slijmvlies aan, of ook het onderliggende celweefsel. Zij is een veelvuldig gevolg van mechanische stasis en van ecnen herhaalden oi aanhoudenden (catarrhalen) prikkelings- en ontstekingstoestand (I.

bl. 306). , , , , ,

b) De atrophie van het slijmvlies kan de volgende oorzaken hebben: langzame, overmatige uitrekking door afscheidingsstolFen, die in slijmviiezige holten afgesloten werden en zich daar ophoopten, zoo als dit bij de onware waterzucht (II. bl. 62), in de galblaas, de baarmoeder, de tuba, het wormwijze verlengsel enz., alsmede'in den blinden zak der maag , bij stenosis van den pylorus ■voorkomt. liet slijmvlies vertoont in dit geval veel overeenkomst met het weivlies., het is zeer dun, broos; zijne oppervlakte is glad, glinsterend: klieren, plooijen en vlokken ontbreken; de aischeiding is waterachtig. — Eene dergelijke verdunning met ligte verscheurbaarlieid, bleekheid of pigmentkleuring van het drooge slijmvlies, uittering der slijmblaasjes, plooijen en vlokken, treft men na dikwijls herhaalde hyperaemiën aan, in den omtrek van een genezen, belangrijk verlies van zelfstandigheid, in den hoogen ouderdom na chronische ontstekingen van naburige declcn (van het wei vliezig be kleedsel). — In allengs verlamde deelen (dc pisblaas) is het atroplnsche slijmvlies bloed ledig, met water geïnfiltreerd, floersachtig dun, zelfs op vele plaatsen verscheurd en eene waterachtige afscheiding opleverende. — De verkleining der vlokken, uitwissching der plooijen, verlies der slijmblaasjes en vermindering der afscheiding, bij de atrophie van het slijmvlies der dunne darmen, neemt men waar m hoogen ouderdom, ten gevolge van typhus, van chronische lood vergiftiging, herhaalde catarrni.

5) Hyper- en atropliie -van. liet vet- en celweefsel.

«) De hypertrophie van het celweefsel komt dikwijls voor, in zoo verre dit weefsel een der meest gewone pathologische nieuwe vormsels is (I. bl. 117) en zich ten gevolge van ontsteking ontwikkelen kan (I. bl. 353).— De hypertrophie van het vetweefsel doet de gezamenlijke vetmassa aan (d. ï. vetzucht, I. bl. 28) en komt inzonderheid voor: bij zuigelingen, die kunstmatig met meelspijzen opgevoed worden; in gevorderden mannelijken leeftijd bij goede voeding en geringe beweging; ten gevolge van misbruik van sterke dranken en door secundaire syphilis; of deze hypertrophie is partieel (I. bl. 121) en vertoont zich als lipoma of wordt in den omtrek van kankergezwellen, varicositeiten, verlamde spieren, ziekelijke nieren, vaten, beenderen enz., gevonden.

b) De atrophie van het celweefsel is over het geheele organismus uitgebreid, zoo als bij waterzuchtigen en vetzuchtigen (waar het celweefsel week, verscheurbaar, niet meer resistent, met water of vet geïnfiltreerd is), als ook bij uittering en in hoogen ouderdom (waar het celweefsel bloedig, droog, broos en ligt ver-

Sluiten