Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheurbaar is); of deze atrophie is slechts partieel en wordt bij uittering van andere organen, ten gevolge van aanhoudende drukking, verlamming, uitrekking, na verettering en koudvuur van het celweefsel waargenomen. — De atrophie van het vetweefsel is algemeen hij de uittering (I. hl. 27) of' partieel. Het vet is, of geheel verdwenen, of de afzonderlijke vetkwabjes zijn tot kleine, harde, roodachtige knobbeltjes verschrompeld; somtijds wordt het vet door eene vettig-geleiachtige, sereuse vloeistof vervangen.

Partiële atrophiën van het celweefsel komen, volgens e.\gkl , in den vorm van meer of minder uitgestrekte holten in hetzelve'voor; zij ontstaan meerendeels na voorafgegane hyperaemiën, b. v. onder de algemeene bekleedselen, daar, waar eene langdurige drukking heeft plaats gehad, in organen, die aan periodieke hyperaemie leden (in de baarmoeder, na veelvuldige geslachtelijke prikkeling). De ontstane holte in het celweefsel is of eenvoudig of stelt eene, van een onregelmatig schotwerk voorziene, met water gevulde holte (cyste) daar, of zij neemt onderscheidene vloeistoffen, ja zelfs vetmassa's op, en geeft zoodoende aanleiding tot het ontstaan van verschillende gezwellen, die, bij eenigen omvang, de grenzen van het aangedane orgaan overschrijden, en bepaaldelijk in de baarmoeder zich tot polvpen ontwikkelen. • 1

8) Hyper- en atropine der liniit.

a) De hypertrophie der huid kan in vermeerdering van massa der gezamenlijke of van enkele bestanddeelen der huid (de epidermis, lederhuid, vetblaasjes) bestaan en of eene ware, of eene onware hypertrophie (I. bi. 144), eene infiltratie daarstellen (zie bii huidziekten). v J

b) De atrophie der huid, die in eene onregelmatige dunheid derzelve bestaat, komt door overmatige uitzetting en rekking alsook door aanhoudende drukking en ten gevolge van herhaalde'ontstekingen (vooral van impetigineusen aard) tot stand. In het laatste geval wordt de huid in eene dunne, meestal zeer vulnerabele, vuil bruin- of blaauwachtige, vaatrijke laag veranderd, die zich eindelijk tot een wit likteekenweefsel verdigt (zie bij huidziekten).

O) Hyper- en atropliie van liet zenuwweefsel.

a) De hypertrophie der hersenen, van het ruggeraer» en de zenuwen neemt men somtijds waar, en wel die der hersenen, in kinderlijken leeftijd niet zelden; maar over haar wezen, ontstaan en oorzaken heerscht nog groote duisternis.

«) De hypertrophie der hersenen, die men van de zwelling der hersenmassa, door hyperaemie of oedeem wel onderscheiden moet, en die vooral eene groote belangrijkheid verkrijgt, wanneer zij zich in hooge mate ontwikkelt binnen eenen schedel, die reeds in zijne naden gesloten en bevestigd is, doet vooral de halfronden der groote hersenen aan, minder de kleine hersenen, zeldzaam enkele hersendeelen, en kenmerkt zich in het algemeen door eene abnormale grootte en zwaarte der hersenen. Rokitamky geeft de volgende kenmerken voor haar op: na wegneming van het schedeldeksel komen de hersenen, door de dura mater strek omspannen , sterk turgescerend te voorschijn, zoodat zij, hij het insnijden van dit

fi*

Sluiten