Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens engel Ireedt de partiële zenuwatTophie onder drie vormen op: .1) de zenuw vertoont zich dun, week, bloedledig, met veel waler omspoeld; in verlamde waterzuchtige deelen. — 2) De zenuw is plat, dun, slap, verscheurbaar, in eene dikke vetmassa gevat, die ook tusschen de bundels van een' zenuwstreng doordringt; het bloedelooze zenuwinerg heeft eene vuilgrijze kleur. Deze vorm vertoont zich dikwijls in de sympathische zenuwen, vooral in hoogen ouderdom ; maar zij komt ook voor in cerebrospinaalzenuwen van verlamde deelen, als ook in vetachtig ontaarde spieren. — 3) De zenuw is dun, zeer vast, haar neurilema normaal of verdikt, het merg verdwenen, bleekgrijs, taai, bloedledig; dit is het geval ten gevolge van ontsteking van het neurilema of van drukking, die naburige, vastere deelen op de zenuwen uitoefenen; het meest bij verlammingen der gezigtszenuw.

ÏO) Hyper- en atropliie der lever.

a) De hypertrophie der lever is slechts in zeer zeldzame gevallen van vergrooting van dit ingewand eene ware hypertrophie (door vermeerderde afzetting der normale, aan het gezonde weefsel eigene elementen veroorzaakt), gewoonlijk is zij eene onware (d. i. vergrooting, physconie, infarctus, met verlies van het normale weefsel, door infiltratie of in de plaatsstelling van nieuwe heterogene zelfstandigheden). Ook kan de omvang der lever nog vermeerderd worden: ten gevolge van hyperaemie (congestiven turgor), van ontsteking met abscesvorming (I. hl. 364), van kanker en cysten, en van stases in de capillaire galbuizen. Eigenaardig zijn de verschillende gedaanteveranderingen, die de onderscheidene veranderingen van omvang der lever vergezellen, vooral die van den rand. Gewoonlijk deelt ook de milt in de veranderingen van de lever.

a) Ware hypertrophie (van alle afzonderlijke, de lever zainenstellende bestanddeelen). Zij is geen veelvuldig verschijnsel en niet zelden met hypertrophie der milt en nieren verhonden. Zij is haar ontstaan aan dikwijls terugkeerende en voortdurende hyperaemiê'n (chronisch verloopende , vooral mechanische stases) verschuldigd. Hare anatomische kenteekenen zijn: omvangsvermeerdering der lever bij volkomen normale gedaante of alleen met vermeerdeling der diktedoormeting; hare zelfstandigheid is vast, brokkelig, bloedrijk, grofkorrelig, verzadigd roodbruin van kleur. — "Volgens engel heeft de leverhypertrophie twee tijdperken van ontwikkeling (dat van bloedovervulling en dat van bloedledigheid). In het eerste tijdperk is de lever vergroot, stomprandig, met eene sterk convexe oppervlakte, daarbij matig hard, grofkorrelig, van eene donkerbruine kleur en met donker bloed overvuld; de galafscheiding is rijkelijk, de gal dikvloeibaar en donker. In het tweede tijdperk, waarin men de lever ook spekachtig of wasachtig noemt, is zij zeer vergroot, breeder, met afgeronde randen, zonder eenig spoor van het normale korrelige maaksel op de doorsnede; haar parenchyma is week, bleek roodachtig bruin, in dunne lagen doorschijnend, bloedledig. Het poortaderbloed is dunvloeibaar, bleek, aanmerkelijk in hoeveelheid verminderd; de gal is dunvloeibaar, meestal groen als look. De leverhypertrophie is, volgens engel, het uitvloeisel eener mechanische stasis (bij wanstaltigheden der borstkas, hart-

Sluiten