Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en longziekten); dikwijls komt zij ook bij syphilitische, rhachitische, somtijds ook bij sCrofuleuse personen -voor; in de minste gevallen, misschien wel nimmer, is zij een primair lijden.

(1) De hyperaemische lever heeft de volgende kenmerken: turgcscentie en omvangsvermeerdering der lever met eene belangrijke vergrooting van de diktedoormeting, maar onveranderde gedaante; glad, gespannen bekleedsel; donkerroodbruine kleur of roodgeelachtige spikkeling der zelfstandigheid (muskaatnootachtig; hepar variegatum); somtijds geheele uitwissching der gele zelfstandigheid, loswording van het weefsel, bloedrijkheid en verwijding der vaten. — De hyperaemie is somtijds hoofdzakelijk in de haarvaten der poortader of der leveraderen, in de venulae interlobalares (der leveraderen) gezeteld, en hiernaar is de roode en gele spikkeling van het parenchyma zoo gewijzigd, dat er in het eerste geval roode kringen rondom gele middelpunten, in het andere daarentegen roode middelpunten met gele kringen ontstaan. — De hyperaemie der lever, die overigens somtijds zeer snel ontstaat en ook weder snel verdwijnt, is, volgens rokitansky, of actief, ten gevolge eener idiopathische of van de huid of het darmkanaal op de lever gereflecteerde prikkeling; of passief, op traagheid der bloedbeweging in het poortaderstelsel berustende, of, gelijk meestal bet geval is, mechanisch van aard, bij belemmeringen in den bloedsomloop door het hart en de longen. — De hyperaemie leidt tot hypertrophie en tot muskaatnootachtige ontaarding der lever; zeldzamer geeft zij aanleiding tot leverapoplexie (II. bl. 44).

/) Muskaa tnootlever (myristicatio hepatis) d. i. die verandering der lever, waarbij haar parenchyma het gespikkelde aanzien verkrijgt, dat eene muskaatnoot op de doorsnede aanbiedt. Deze verandering komt dikwijls, doch niet altijd met eene in het oogloopende vermeerdering van omvang' der lever voor, en kan zoowel van eene overvulling der bloedvaten {venulae intcr- en intralobulares) of der galvaten, als ook van eene vermeerderde afzetting van vet afhangen. Uit deze lever kan zich eene vet- of korrelige lever ontwikkelen.

De hyperaemische muskaatnootlever vertoont eene geelachtig roode spikkeling, bij welke nu eens tle gele zelfstandigheid het middelpunt en de roode het omringende netwerk vormt (bij hyperaemie in de venulae inierlobulares der poortader), dan weder het omgekeerde plaats grijpt (bij hyperaemie in de venulae intralobulares der leveraderen). De gedaante dezer lever is in zoo verre veranderd, dat zij door vermeerdering van dikte meer kogelvormig is geworden.

De muscaatnootlever bij voch t stilstan d in de capillaire galbuisjes vertoont zich als de dooreenvlechting van een donkergeel netwerk met fijne mazen (de verwijde en met gal overvulde capillaire galvaten) met een donker bloedvatennet. Deze beide deelen zijn des te scherper van elkander gescheiden, naarmate de kleur der gal meer verzadigd is en het bloed in de vaten eene donkerder kleur heeft. De gedaante der lever is weinig veranderd, slechts is somtijds de breedtedoórmeting eenigzins vergroot.

De vet-muscaatnootlever vertoont een rood vaatnet rondom witachtig gele vetpunten, en duidt het begin der vetlever aan. De gedaante dezer lever is door vergrooting in de oppervlakte meer plat.

Sluiten