Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biedt ecne vezelig-kraakbeenige resistentie; zij heeft hare brokkeligheid verloren en is lederachtig taai. Bij het doorsnijden vertoont zich het parenchyma zeer vast, seirrhusachtig, knersend. Op de doorsnede vertoonen zich (even als op de oppervlakte) granulatiën , afzonderlijk of in hoopjes bijeenstaande, tusschen welke een vuilwitachtig, zeer digt en resistent, cellulofibreus, aan vaten arm weefsel doorloopt, dat eenigermate het stro ma vormt, waarin de granulatiën gevat zijn. De kleur der leverzelfstandigheid rigt zich naar de kleur der granulatiën, die verzadigd roodbruin, muskaatnootachtig, geelachtig zijn kan. Dikwijls is de korrelige lever door middel van pseudoligamenten aan de naburige deelen, vooral het middelrif, vastgehecht.

De levergranu latiën bestaan uit het parenchyma, dat nog van de uittering verschoond bleef, en dat zich, in normalen of op verschillende wijzen ontaarden toestand kan bevinden. Volgens rokitansky bevindt zich het weefsel der granulatiën somtijds in eenen toestand van hyperaemie der acineuse zelfstandigheid, met een grofkorrelig maaksel, waarbij de korrels op de doorsnede als verzadigd roestbruine, hard-elastische uitpuilingen, te voorschijn komen; — dikwijls is daarentegen hun weefsel muskaatnootachtig; — somtijds bestaat het uit verwijde, dikwandige, overvulde, gele galvaten (de eigenlijke cirrhosis); — menigmaal is het vethoudend; —in zeldzamer gevallen bevindt het zich in denzelfden toestand, als bij de acute, gele leveratrophie (door en door geel, slap, gecollabeerd); — zeer dikwijls vertoont het de teekenen van ontsteking (verbleekt, gelijkvormig van maaksel, verhard, verdord).— Het aantal der granulatiën is zeer verschillend, soms zijn zij tamelijk regelmatig in het omringende calleuse weefsel ingevoegd, soms staan zij in groepen van verschillende grootte bij elkander. Hare grootte verschilt van die van een' speldekop tot dien eener erwt of boon en daarboven; hare gedaante is meestal rond, somtijds echter ook onregelmatig en gekwabd.

Het eeltachtige, cellulo-fibreuse stroma is, naar den graad der atropine, in geringe of rijkelijke hoeveelheid voorhanden; nu eens van een los maaksel en dan ligt verscheurbaar, vaatrijk, roodachtig, saprijk; dan eens taai en vuilgrijs; dan weder zeer digt en vast, vuilwit, vezelig kraakbeenachtig, van eene scirrhusachtige resistentie en onder het mes knersend.

Dij de korrelige leveratrophie is de vorming van een celachtig of calleus weefsel, waar tusschen het parenchyma der lever deels verdwijnt, deels in den vorm van korrels overblijft, het karakteristieke. Deze korrelige toestand is altijd eene secundaire metamorphose van andere ziekelijke ontaardingen in het leverparenchyma (misschien van ontsteking van het parenchymatcuse celweefsel of van de poortadertakken, van mechanische hyperaemie, ten gevolge van muskaatnootachtige of vettige ontaarding der lever, verwijding der galbuisjes enz.). Oppolzer kwam tot het gevoelen, dat de korrelige lever het naast op eene gedeeltelijke ontoegankelijkheid der fijnste poortadervertakkingen zou berusten; het zij dat deze van ontsteking en daardoor te weeg gebragte obliteratie, of van verwijding der galbuisjes, of van infiltratiën , vooral vetachtige, en daardoor veroorzaakte zamendrukking mogt afhangen. Eenige overeenkomst hiermede levert de kwabvorming der lever, na obliteratie van groote poortadertakken, als ook de korrelige ontaarding der nieren, ten gevolge van vet- en eiwitinfiltratie op. Verder pleiten ook nog voor dit gevoelen: de bloedovervulling van het poort-

Sluiten