Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig op eengedrongen zijn, ontdekt men ze ineen calleus, roodachtig grijs, bloedledig weefsel gevat. Daarbij is het poortaderbloed in eene zeer geringe hoeveelheid voorhanden, dunvloeibaar, bleek; de galafsclieiding is bijna volkomen onderdrukt, of er bevinden zich, behalve een weinig gal, slechts galsteenen, of eene dunvloeibare, vuilgroene gal in de galblaas. Icterus behoeft niet met deze atrophie gepaard te gaan; in hoogere graden voegt er zich daarentegen, als een gewoon verschijnsel, waterzucht bij.

Chronische ontstekingen der lever geven, volgens engel, somtijds tot eene bijna volkomene vernietiging van het leverparenchyma aanleiding, waar bij een calleus, bloedledig, vezelachtig weefsel in deszelfs plaats treedt, waarin de verwijde galbuizen en poortadertakken, het zij als ledige zakken en blaasjes, het zij met ingedikt slijm, gal of gestremd bloed gevuld , achterblijven.

11) Hyper- en. atropliie der milt.

a) Hypertrophie der milt. Of er eene ware hypertrophie der milt (d. i. eene vermeerdering der pulpa en van het stroma, met behoud van de normale zamenstelling en menging) bestaat, is nog niet uitgemaakt. Zeker is het echter, dat, bij oude chronische aanzwellingen der milt. het fibreuse weefsel der middenschotten en de albuginea zich in eenen toestand van verdikking (hypertrophie) bevinden. — Vergrootingen, die somtijds eenen zeer hoogen graad bereiken, ondergaat de milt dikwijls, en deze zijn deels de gevolgen eener plaatselijke ziekte, deels vergezellen zij acute of chronische dyscrasiën. Gewoonlijk onderscheidt men acute en chronische miltgezwellen; de eersten zijn aan het geheele beloop of slechts aan enkele tijdperken van acute ziekten gebonden, de laatste (zoogen. physconie, infarctus, verharding of hypertrophie der milt) komen in chronische dyscrasiën en cachexiën te voorschijn. Of de oorzaak der miltgezwellen, in eenen eenvoudigen toestand van hyperaemie of in afzetting van plastische bestanddeelen in de milt gelegen is, blijft voor de afzonderlijke soorten voor als nog onbeslist; ondertusschen zal zij wel menigmaal (bij de acute gezwellen) in eenen toestand van congestie of misschien ook in uitstorting van bloed in het weefsel der milt (II. bl. 45), in andere gevallen daarentegen (bij de chronische gezwellen), in eene infiltratie van het weefsel met eene ziekelijk gevormde massa bestaan.

a) De acute zwellingen der milt, die altijd met eene zeer aanmerkelijke losheid (schier brijachtige verweeking), gewoonlijk ook met eene grooter bloedgehalte en donkerder kleuring van het parenchyma gepaard gaan, en van eene onbeduidende vergrooting der milt tot aan het 3—6 voudige van haren normalen omvang, kunnen voortgaan (zoodat er somtijds ontsteking, ja ruptuur van haar vezelig omhulsel kan plaatsgrijpen), komen voor: bij tusschenpoozende koorts, typhus, pyaemie, exanthemen, dronkaardsdyscrasie, acute tuberculosis, acute gele leveratrophie, pueipeiaalkoorts; overigens schijnen alle acute ziekten des bloeds eene aanzwelling, of ten minste eene hyperaemie en verminderde vastheid der milt te veroorzaken. Inzonderheid kenmerken zich de typhus (I. bl. 167) en de tusschenpoozende koorts door eene groote zwelling der milt.

/S) De chronische zwellingen der milt zijn waarschijnlijk het uitvloeisel eener aanhoudende, of dikwijls herhaalde hyperae-

Sluiten