Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chexiën , algemeene waterzucht enz.). — Be ouderdomsatrophie bestaat, volgens rokitansky, in eene verwijding der longcellen (emphysema, excentrische atrophie) met verandering van hare hoekige, uitgebogen gedaante in eene ronde of elliptische, en deze verwijding is het gevolg van de vermagering en verdunning harer wanden, in welke de bloedvaten oblitereren. In den hoogsten graad der ziekte verdwijnen de wanden der blaasjes geheel en al, zoodat verscheidene ineen smelten en het longweefsel eindelijk een ongelijkvormig, met gaten doorboord vlechtwerk gelijkt. De long is daarbij bleek, grijs, zwart gevlekt, week, slijmachtig op het aanvoelen, ligt en klein; na de opening der borstkas valt zij te zamen, cn bij het insnijden ontwijkt de lucht met traagheid en onder een dof, verspreid geruisch; het weefsel is droog en bloedledig. Volgens engel kenmerkt zich de longenatrophie in haren geringsten graad alleen door eene verminderde elasticiteit en vastheid; de long is slap, zinkt bij het openen der borstkas meer dan gewoonlijk te zamen, zij is ligt, behoudt den vingerdruk, is bijzonder verscheurbaar, het zij bleek of donker grijs door afzetting van pigment, daarbij in hoogen graad bloedledig en droog. De lucht ontwijkt bij het insnijden snel uit het parenchyma (niet langzaam, gelijk rokitansky opgeeft). Het geruisch bij het ontsnappen der lucht is minder levendig, op de doorsnede ziet men gewoonlijk verwijde, harde bronchiaaltakken gapen. Volgens engel zijn de stellingen van rokitansky verkeerd of niet bewezen, dat de hoekige gedaante der longcellen in eene ronde en elliptische overgaat, dat de bloedvaten in de wanden der cellen oblitereren en dat de ziekte in eene verwijding dier cellen bestaat. Zij wordt veeleer door eene ware atrophie der cel wanden bedongen, waardoor talrijke longblaasjes ineen smelten, die zelfs bij den hoogsten, maar altijd slechts partieel voorkomenden graad der ziekte (bij verregaand emphyseem), zoo geheel verwoest worden, dat het zieke deel der longen eenen door het pleurabekleedsel gevormden zak daarstelt, door welken zich een onregelmatig strikwerk (de verschoonde grootere bronchiaal- en vuatvertakkingen) verspreidt. Dikwijls zijn de toppen en voorste randen der atrophische long sterk door lucht uitgezet (emphyseem).

Met de atrophie der longen paren zich gewoonlijk de volgende ziektetoestanden: tering der luchtwegen, verwijding der trachea en der bionchi, vermagering hunner wanden en droogheid van hun slijmvlies, oedeem en bloedige liypostases in de longen, luchtbuiscatarrhus, atrophie van het gezamenlijke spierstelsel des ligchaams en vooral van de ademhalingsspieren, alsmede van het hart, invalling en zijdelingsche afplatting der borstkas, die lang, smal, cylmdnscb en" bij een sterk emphyseem tonvormig wordt. Ontwikkelt zich de atrophie in een vroeger levenstijdperk, dan vindt men tevens verwijding van het regter hart.

Verkleining der longen komt tot stand: bij eene lang aanhoudende en sterke zamendrukking derzelven door eene vernaauwde borstkas, pleuritisch exsudaat (I. bl. 266), water- of luchtvel zamelingen in de pleura (II. bl. 57), hypertrophisch hart, aneurysmata, gezwellen in den buik (zwangerschap; verder ten gevolge van rer-

7*

Sluiten