Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot stand, en wordt bij de ontsteking, bij de verschillende soorten •van bloedstilstand, en bij de zoogen. angioitis s.phlebitis capillaris (I. bl. 212) aangetroffen. Door deze verstopping kan er obliteratie deihaarvaten, atrophie, verzwering en koudvuur van het weefsel tot stand komen. - Volgens rokitansky, zou er ook eene excederende nederzeting van den inwendigen vaatrok, in de capillaire vaten voorkomen, en deze verstoppen, stijf en broos doen worden, ja zelfs verbeening en obliteratie te weeg brengen.

g) Verwijding en vernaauwing der opslorpende vaten.

De verwijding der lymphatische vaten, die, als eene gelijkmatige, of eene knoopvormige (varikeuse) voorkomt, waarbij de rokken verdikt of verdund kunnen zijn, wordt veroorzaakt: door drukking op een of meerdere stammetjes of op klieren; door verstopping (infiltratie, verharding) van lymphatische klieren, door verlamming der wanden (na lymphangioitis, zenuwverlamming) enz. Velen vermoeden, dat verwijdingen der lymphatische vaten hydatidenachtige gezwellen (vooral die der aderlijke vlechten) vormen. — De vernaauwing en sluiting der opslorpende vaten kan van zamendrukking, obturatie (verstopping door ontstekingsproducten) of obliteratie (I. bl. 299) afhangen, en moet, wegens de verhinderde opname en voortleiding der, als blasteem, afgescheidene plastische bestanddeelen van het bloed, dezelfde gevolgen kunnen hebben als de vermeerderde afscheiding van dergelijke stoffen uit het bloed (zie exsudaten I. bl. 88, en pathologische weefselvorming, I. bl. 111).

NB. De verwijding, vernaauwing en sluiting der lijmphatische vaten , — hoewel zij voorzeker niet zelden voorkomen, en waarschijnlijk de oorzaken van vele pathologische voortbrengselen zijn, die men nu aan eene uitzweeting toeschrijft, — zijn toch in hare oorzakelijke betrekkingen en in hare gevolgen nog weinig bekend.

3) Verwijding en vernaauwing der luchtwegen. a) Verwijding der luchtwegen.

Deze strekt zich zelden over den geheelen ademhalingstoestel uit, en is dan een verschijnsel van den hoogen ouderdom; maar bepaalt zich meer tot enkele gedeelten van denzelven; het meest doet zij de longcellen (emphysema) en de bronchiaaltakken (bronchiëctasie) aan, wier verwijding echter die van de luchtpijp en het strottehoofd na zich kan slepen.

a) Verwijding van het strottehoofd (laryngectasis) komt meestal als eene gelijkmatige, in hoogen ouderdom, te gelijk met eene algemeene verwijding der luchtwegen, voor, en wordt door atrophie der zamenstellende weefsels van het strottehoofd veroorzaakt. Daarbij zijn de kraakbeenderen meestal verbeend en is het slijmvlies bloedledig, droog, atrophisch. — Vroegtijdige atrophie der longen (II. bl. 98) brengt insgelijks verwijding van het strottehoofd te weeg; verder komt zij nog door verslapping, ten gevolge van herhaalde en chronische catarrhi (1*1)1. 31.3), als ook door verlamming (bij hersenziekten) tot stand.

Sluiten