Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3) Verwijding dei' luchtpijp (trachectasis) ontstaat uit dezelfde oorzaken, als die van het strottehoofd; maar in de trachea komt, ten gevolge -van herhaalde en slepende catarrhi met verlamming der spiervezelen, bij hjpertrophie en verslappng van het slijmvlies en deszelfs blaasjes, eene, bij wijze eener hernia plaatshebbende uitbuiging van het slijmvlies (I. bi. 317) door de vaneen gewekene, verdikte, dwarse spiervezelen, aan den achtersten (verbreeden) wand der luchtpijp voor. Deze zoogen. (onware) divertikels ontstaan, in vele gevallen daardoor dat de hypertrophische slijmblaasjes (door de spanning hunner uitloozingsbuisjes) het slijmvlies tusschen de dwarse spiervezelen, met zich medevoeren. Zijn deze divertikels talrijk en digt bij elkander geplaatst, dan springen op de inwendige oppervlakte der luchtpijp de hypertrophische spiervezelen, als een traliewerk tusschen verdiepingen vooruit.

De verwijding der bronchi doet het kanaal steeds in zijne geheele uitgestrektheid gelijkmatig aan en is het gevolg van atrophie of van catarrhale ontstekingen.

y) Verwijding der bronchiaaltakken (bronchiectasis, cirrhosis der longen van corrigan) komt in het algemeen door ouderdomsatrophic, of door verlamming en verslapping met opvolgende uitzetting der bronchiaalwanden, of door uiteentrekking dezer laatsten , misschien ook door ineensmelting van meerdere longcellen, tot stand. Hen onderscheidt twee hoofdvormen dezer verwijding, de gelijkmatige namelijk en de zakvormige; beiden komen somtijds te gelijk in de long voor.

De gelijkmatige br011 chiaalverwijding, waarbij het kanaal naar alle zijden gelijkvormig, cylindrisch (dikwijls tot het vier- of achtvoudige van den gewonen omvang) verwijd is, gaat steeds met verdikking der wfinden van de aangedane luchtpijptakken gepaard, en deze wordt zoowel door hypertrophie van het slymvlies, dat zich gezwollen, sponsachtig-korrelig, los, donkerrood voordoet, als door hypertrophie van het vezelige weefsel veroorzaakt. De verwijde, rigide bronchi (gewoonlijk zijn het de kleinere takken, van den 3den_4den rang) gapen op de doorsnede der longen, als wijde kanalen, in wier doorsnede de dikke, vezelachtige scheede, door hare witte kleur, in het oogvallend tegen het donkerroode slijmvlies afsteekt; zij ontlasten een dik, geel, etterachtig slijm. Het longweefsel rondom de verwijde bronchi is verdigt, atrophisch of geheel verdord. — Deze vorm der bronchiëctasie strekt zich gewoonlijk over een groot gedeelte der luchtpijptakverdeeling uit, en neemt in den regel naaide uiteinden der bronchi, steeds meer en meer toe. Men treft haar inzonderheid aan de peripheri^r en nabij de randen der longen en in de bovenste kwabben aan. Zij is het gevolg van atrophie van het longweefsel, wegens hoogen ouderdom of voorafgegane uitputtende ziekten; zij ontwikkelt zich verder uit de catarrhale ontsteking (bronchitis; I. hl. 317), uit de verharde hepatisatie (I. bl. 322) en in het geheel uit de verschrompeling van infiltratiën (van ontstekingachtigen of tuberculeusen aard).

De zakvormige bronchiëctasie kan eenen bronchus, zoowel in het midden, als aan zijn uiteinde aandoen; zij bestaat in de uit-

Sluiten