Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet regter hart, stascs in het aderlijke vaatstelsel, met opzetting en (spekachtige) infiltratie van bloedrijke organen (de lever, milt, nieren, schildklier), cyanosis, aderlijke en eindelijk weiachtige bloedmenging, vermagering, cachectisch uiterlijk, waterzucht, uitputting. Wegens de opvolgende veneus-waterachtige bloedmenging, beveiligt de bronchiëctasie met groote zekerheid voor tuberculosis. Dit zou echter ook daarom het geval kunnen zijn, dat het vaatnet in de zieke long verwoest is, en er in de gezonde eene te levendige, volkomene ademhaling met emphysema voorhanden is.

Ziekteverschijnselen. Deze hebben eene groote overeenkomst met die der longentuberculosis en zijn: dyspnoe, pijn in eene zijde der borst of slechts benaauwclheid, en hardnekkige hoest, met eene zeer rijkelijke, etterachtige en zelfs bloedige expectoratie. Het physische onderzoek toont aan: bij de bezigtiging somtijds inzakking van den borstwand hoven de zieke plaats der Tong en verminderde of geheel opgelievcne ademhalingsbeweging op die plek. De percussie doet hier eenen korteren, doffen of ledigen toon hooien, die tegen den vollen toon, welken de emphysemateuse long oplevert, duidelijk uitkomt. Bij de auscultatie neemt men onbepaald reutel- of medeklinkende (ademhalings-, reutel- en stem-) geluiden waar. — Van de tuberkelzucht onderscheidt zich de bronchiëctasie ook nog voornamelijk daardoor, dat, bij dikwijls zeer belangrijke plaatselijke verschijnselen, de algemeene toestand redelijk wel blijft, het beloop der ziekte daarbij uiterst langzaam en het uiterlijke van den lijder (huidkleur, omvang des ligchaams en toestand der krachten) zeer afsvisselend is.

d) Het longenemphyseem, bestaat of, in eene blijvende verwijding der longcellen alleen (cinphysema vesiculare, rarefactie, ijlheid van het longweefsel), of in eene ophooping van lucht iti het interstitiële celweefsel (emphysema interlobulare). Het laatstgenoemde, dat vooral in de bovenste kwabben en voorste randen der longen gezeteld is, komt alleen door verscheuring van luchtblaasjes (door hevige inspanningen, bij het opheffen van lasten, persen, schreeuwen, hoesten, inzonderheid bij kinderen) tot stand, en vormt op de oppervlakte der longen bleeke, rondachtige of langwerpige luchtbellen (emphysema subpleurale), ol luchtstrepen van verschillende grootte, die in de rigting der interstitiën verschoven kunnen worden, en somtijds de kwabjes als eilanden omgeven. De longcellen zijn, bij het interlobulaire emphyseem, niet verwijd , maar integendeel meer of minder zamengedrukt. Overigens schijnt dit emphyseem zeer zelden voor te komen en slechts eene zeer ondergeschikte beteekenis te hebben.

Het vesiculaire emphyseem is over beide longen of slechts over eene uitgebreid, of het bepaalt zich tot enkele plekken, en dan voornamelijk in de voorste randen der longen. Naar zijn ontstaan kan men het voegzaamst een vicariërend, een ouderdoms- en een primair emphysema aannemen. — 1) Het vicariërende of supplementaire (accidentele) emphyseem ontstaat, door dat een luchtbevattend gedeelte der longen, dat zich nabij een ander, impermeabel geworden gedeelte bevindt, zich tegennatuurlijk uitzetten en, bij gevolg, emphysemateus worden moet, 0111 bij de inademing de verwijde borstkas aan te vullen. Derhalve vindt men dit emphyseem inzonderheid nabij hepatisatie , tuberkelinfiltratie, bionchiëc-

Sluiten