Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstekingachtig exsudaat. — Bij de meeste dezer toestanden neemt het weefsel der longen eene grootere digtheid aan, die tot eene vleeschachtige en kraakbeenige vastheid klimmen kan (zie verder vermeerderde vastheid der longen).

Atelectasie der longen herast op het blijven staan van een gedeelte der longen (eener geheele long, van eene kwab of eenige kwabjes) op den foetalen ontwikkelingstrap, te weeg gebragt door eene onvolkomene uitzetting der long, bij de eerste inademing na de geboorte. De oorzaak dezer onvolkomene uitzetting kan gelegen zijn in eene te zwakke inademing (schreeuwen), bij eene groote levenszwakte van het kind of moeijelijke uitzetbaarheid der longen, ten gevolge van foetale longziekten (catarrhus, pneumonie, zamendrukking). — De zitplaats der atelectasie is inzonderheid in het achterste , onderste deel der long (waar de pneumonie ook het njeest voorkomt); zij is gewoonlijk scherp van het gezonde weefsel afgescheiden (even als de catarrhale pneumonie) en kenmerkt zich door blaauwachtig roode kleur, ingedrukte oppervlakte en een vast, hardachtig, niet crepiterend, in water zinkend, met een weinig bloederige wei geïnfiltreerd weefsel, dat op de doorsnede glad en met eene normale pleura bekleed is; overigens volkomen gelijk aan het weefsel bij catarrhale pneumonie. Stierf het kind spoedig na de geboorte, dan laten zich de plaatsen, waar de atelectasie gezeteld is, door het inblazen van lucht uitspannen en worden dan aan het overige, gezonde longweefsel gelijk. Heeft het kind echter langoren tijd, eenige weken of maanden, geleefd, dan gelukt het opblazen der zieke gedeelten niet meer of slechts onvolkomen (wegens de aaneenkleving of vergroeijing van de wanden der longcellen). — Deze gebrekkige ontwikkeling der longen werkt, in verschillende graden, storend op de sluiting der vruchtelijke bloed wegen (van den ductus arteriosus en foramen ovale), en veroorzaakt verwijding van het regter hart, als ook bloedovervulling in het aderlijke vaatstelsel.

Ziekteverschijnselen bij de atelectasie der longen: oppervlakkig ademen, geringe of geheel opgeheven beweging der borstkas, boven de zieke plaats, zwakke, van klank beroofde slem; het aangezigt bleek of met een' blaauwachtige® tint, van tijd tot tijd voorbijgaand blaauwrood; ongewoon veel slapen; krachteloos zuigen; koele huid, stoelgang zeer spaarzaam , plotselinge aanvallen van verstikking, convulsiën, de dood. — De atelectasie kan men nimmer met zekerheid van longontsteking, hartcyanosis, hersen- en ruggemerg-apoplexie van pasgeborenen onderscheiden.

4) Vernaanwing en verwijding fier spijswegen. a) Vernaauwing der spijswegen.

a) De mond en keelholte is, de vergroeijingen van sommige deelen daargelaten, inzonderheid ten gevolge van ontsteking en hypertrophie der tong, der amandelen, der uvula en van het zacht verhemelte, als ook door kanker der tong, aan vernaauwing onderhevig. — Ook wordt er somtijds stenosis van den isthmus faucium door cicatrisatie van syphilitische, scrofuleuse, varioleuse endoor middel van bijtende zuren veroorzaakte zweren van het zachte v#r-

Sluiten