Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlies wordt, in zijne geheele uitgestrektheid, maar gewoonlijk op sommige plekken meer dan op andere, rekbaarder, weeker, verscheurbaar, het verliest zijne matwitte kleur en vezelig aanzien, neemt daarvoor eene bleek-geelachtige, vale, hier en daar in het roode spelende kleur aan, en wordt doorschijnend. Dit hangt duidelijk van eene in het weefsel van het klapvlies uitgestorte, glinsterachtige zelfstandigheid af. Het fibreuse weefsel van het klapvlies is daarbij altijd verdwenen en het endocardium zelf verdund, geatrophieerd. Somtijds klimt deze toestand tot verscheuring der klapvliezen (vooral die van de aorta); waarschijnlijk gaat deze verweeking, die onder dezelfde omstandigheden als de atrophie der klapvliezen (II. bi. 103) voorkomt, door bewerktuiging der geleiachtige zelfstandigheid, in genezing, verdigting en verdikking van het klapvlies over. »

O) Verweekiag van parencliymatense organen.

a) De longen ondergaan somtijds eene eigenaardige verweek i n g (II. bl. 19); maar derzelver meerdere weekheid kan ook, behalve van ontsteking, van acuut oedeem (I. bl. 318) en van atronhie (II. bl. 98) afhangen.

b) De lever neemt door verschillende omstandigheden aan consistentie af, inzonderheid geschiedt zulks door galachtige verwecking, bij de acute gele leveratrophie (I. bl. 242) en bij vochtstilstand in de capillaire galbuisjes (II. 130); ook veroorzaakt de levervetzucht eene grootere weekheid van het weefsel.— Verder komt er eene verslapping der lever, zonder verdere verandering van weefsel voor, waarbij zij in sommige gevallen, slap, los van weefsel, somtijds met bloedwei doortrokken, meestal bleek en bloedledig, of van een bleekrood, dun vloeibaar bloed voorzien is. Deze toestand komt voor: bij schier alle acute ziekten des bloeds, met ontbinding der vezelstof in de bloedmassa, of na overmatige uitscheiding van dit bestanddeel (zoo als bij typhus en alle typlioïde toestanden, pijaemie, acute tuberculosis, puerperaalkoorts, groote uitzweetingen in wei vliezen).

c) De milt is in den regel, bij de zoogen. acute zwellingen, (II. bl. 95) zeer belangrijk verweekt, ja bij den typhus niet zelden van eene breiachtige consistentie. Buitendien vermindert hare vastheid ook bij de ouderdomsatrophie en vroeg tiidigen marasmus (II. bl. 96).

cl) De nieren ondergaan niet zelden bij dijscrasiën, gebrek aan bloed, marasmus, en ten gevolge van defibrinatie des bloeds door belangrijke uitzweetingen, eene verweeking, zonder zigtbare weefselontaarding, die zich alleen door verslapping, bleekheid en ligte verscheurbaarheid van het parenchyma verraadt. — Ook door vet infiltratie (bij morbus brightii-, 1. bl. 233) wordt de nier weeker.

NB. De verweeking der overige, hier niet afzonderlijk aangevoerde weefsels en organen, is van geen bijzonder belang en van onderscheidene, reeds vroeger behandelde oorzaken (ontsteking en hare gevolgen, infiltratie met eene weeke zelfstandigheid enz.) afhankelijk.

Sluiten