Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personen, alsmede in de aderlijke boezems der milt en van ziekelijk gevormd miltweefsel (II. bl. 11/) aangetroffen.—Het chemische onderzoek der phlebolithen toont dat zij hoofdzakelijk uit phosphorzuren met een weinig koolzuren kalk en een gedeelte magnesia bestaan, waarmede organische bestanddeelen vermengd zijn, wier hoeveelheid naar hunnen ouderdom verschilt. Op de doorsnede vertoont de adersteen een concentrisch laagsgewijs maaksel; de inwendige lagen zijn gewoonlijk geelachtig wit, zeer compact en glasachtig broos; de meer uitwendige zijn daarentegen wit, weeker en met eene aardachtige breuk, de buitenste zijn vliesachtig week, wit en ondoorschijnend, bier en daar geleiachtig doorschijnend en met vliezige weefsels zamenhangend, die den steen somtijds met den inwendigen vaalrok verbinden. In het°middelpunt van den adersteen bevindt zich gewoonlijk (ten gevolge van de verschrompeling der kern) eene rondachtige holte of eene onregelmatige vaneensplijting, met het roestbruine of wijnmoergele, ingedroogde overblijfsel van een bloedstremsel. — Het ontstaan der adersteenen heeft ongetwijfeld binnen de vaten plaats, niet, gelijk sommigen meenen, in het celweefsel, buiten de ader of tusschen hare rokken; het eerste begin is een klein bloedstremsel (bij eenen vertraagden of stilstaanden bloedsomloop in de verwijde ader], op hetwelk zich vervolgens vezelstofstremsels uit het bloed (of volgens rokitansky zamengroeisels, aan den inwendigen vaatrok gelijk), in concentrische lagen nederzetten, die langzamerhand van binnen naar buiten verbeenen, terwijl de kern van bloedstremsel verschrompelt en verbleekt.

41) Abnormale opliuopingen in liet celweefsel.

De holten van het celweefsel worden, even als de geslotene en opene holten en die der vaten, niet zelden de zitplaats van ziekelijke ophoopingen, die bestaan kunnen in: on ts tekingsprod ucten (I. hl. 354), versche of gemetamorphoseerde, — overmatig of ontaard (waterig, geleiachtig, smerig) vet (bij de vetzucht en chronische dronkaardskwaadsappigheid, II. bl. 82), — water (II. bl. 61), lucht (I. bl. 29), — bloed (II. bl. 48), — normale af- en uitscheidingsstoffen (urine, gal enz.), ten gevolge van verscheuring of verwoesting harer verzamelplaatsen in het celweefsel uitgestort,— ziekelijke voortbrengselen: lAnker, tuberkels, cysten, fibroïden enz.

S) Ziekelijke voortbrengselen in de weefsels en organen.

fi) In het beenweefsel komen, behalve de ontstekingsproducten (I. bl. 387) en derzelver gedaanteveranderingen (I. bl. 388), het menigvuldigst de kanker (I. bl. 203) en de tuberkels (I. hl. 186) voor. Buitendien vindt men er nog: de teleangiëctasie (II. bl. 117), een rondachtig, week, somtijds kloppend gezwel, menigmaal van zeer aanmerkelijken omvang, dat in de verwijding der slagaderlijke en aderlijke haarvaten van het been bestaat, en verwijding der mergkanaaltjes en cellen der beenzelfstandigheid, opzetting, en eindelijk, ten gevolge der drukking, opslorping van het beenweefsel veroorzaakt, — cysten (eenvoudige, zamengestelde en acephalocysten, II. bl. 66), zelden. —fibroïden (sarcomata, cystosarcomata, osteosarcomata, osteostcatomata, I. bl. 118), in de diepte of aan de oppervlakte van het been ontsproten, vooral in sponsachtige cn in de gewrichtsuiteindcn van pijpbeenderen; zij verdringen

Sluiten