Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beenderen zijn zeldzaam, het veelvuldigst komen zij nog in de ribben-kraakbeenderen, de synchondrosen van het bekken en de ruggegraat voor; meestal zijn zij met andere beleedigingen, met beenbreuken, verscheuring van zachte deelen enz. gepaard. De beleedigingen van de kraakbeenderen genezen nimmer door de vorming van nieuw kraakbeenweefsel, altijd slechts door een eeltachtig, fibroïd of door een verbeenend , calleus weefsel.

3) Scheiding van den znnienlian^ in liet spierstelsel.

De spieren ondergaan somtijds, behalve hare verwondingen en necrosering (II. bl. 32), spontane verscheuringen, zonder gelijktijdige beleediging der huid, ten gevolge van zeer sterke en plotselinge zamentrekkingen (het meest bij hypertrophie en daarvan afhangende broosheid der vezelen), verder bij eene gedeeltelijke vetontaarding, gedeeltelijke ontsteking en apoplexie, wanneer zich de overige spierzelfstandigheid in eenen toestand van hypertrophie bevindt (ekgel). — Somtijds treft men in het lijk ook verscheuringen van enkele spierbundels (van den m. biceps brachii) aan, die ten gevolge eener hevige lijk verstij ving zijn ontstaan en zich reeds terstond door het ontbreken van bloedstorting en teekenen van reactie, als een lijkverschijnsel kenmerken.— De organische spierrokken worden gewoonlijk met de wei- en slijmvliezen, die dezelve uit- en inwendig bekleeden, maar ook somtijds alleen, verscheurd, ten gevolge van kneuzing, schudding, overmatige uitrekking.

De verscheuringen van het hart hebben in den wand zeiven plaats, of in de klapvliezen, de peesdraden en tepelspieren, in den regel alleen in het linker hart. — De klapvliezen en peesdraden verscheuren alleen ten gevolge van endocarditis, door welke hun weefsel losser wordt, of zelfs verettert; deze verscheuring is niet zeldzaam en veroorzaakt insufficiëntie der klapvliezen. — De tepelspieren zijn, minder ten gevolge van ontsteking, dan wel van hypertrophie en gedeeltelijke ontaarding, aan eene verscheuring, die meestal onvolkomen is, onderhevig.— De wand van het hart ondergaat, behalve de verwondingendoor ingedrongen werktuigen ol splinters van verbrijzelde ribben en de bersting ten gevolge van hevige schudding, eene spontane verscheuring [cardiorrliexis, raptura cordis spontanecï), die nagenoeg alleen in de linker kamer voorkomt. Hier bevindt zich de scheur,— die uitwendig de gedaante eener ten opzigte der middellijn scheef geplaatste spleet vertoont, inwendig daarentegen, meer het voorkomen eener onregelmatige kloof aanbiedt, die van eene gekneusde en verbrijzelde spierzelfstandigheid omgeven is, — gewonlijk op het midden der voorvlakte (dus niet in het dunste, maar juist in het dikste gedeelte van den wand), zelden op de achtefW'akte. De oorzakelijke omstandigheden dezer verscheuring zijn: hypertrophie met groote broosheid der spiermassa, gedeeltelijke vetontaarding der wanden, ontsteking (myo- en endocarditis).

Sluiten