Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelden in het ruggemerg en de zenuwen, of tusschen de hekleedselen, vooral in de arachnoïdea der hersenen en in het lendengedeelte der ruggemergsarachnoïdea. Ook trelt men somtijds in de zenuwknoopen kleine, gierstekorrel-groote, ronde of striemvormige ecchymosen aan. — Naar de wijze van ontstaan en de hoeveelheid van het extravasaat zijn de verschijnselen die van prikkeling of van verlamming. Niet zelden wordt zulk eene bloeding eerst door hare gevolgen (ontsteking, verweeking, oedeem, atrophie) gevaarlijk.

5) Verstervingsprocessen (II. hl. 33). De zenuwzelfstandigheid is aan verwoesting onderhevig: door de roode, witte en gele verweeking; door apoplectische holten; door ontstekingachtige, tuberculeuse en kankerachtige vercttering of verzwering. De ziekteverschijnselen daarbij zijn dié van verlamming. — De omhulsels van het zenuwstelsel worden alleen door verettering en verzwering (secundair) verwoest.

6) Waterafscheiding; zij komt het meest als hersenoedema voor, maar ook als vrije hydrops, voornamelijk in de hersenholten en de arachnoïdea. De verschijnselen gedurende het leven verschillen zeer naar mate van de hoeveelheid en de (eiwithoudende) verweekende hoedanigheid der wei; nu eens zijn zij van weinig beteekenis, dan weder bestaan zij in teekenen van prikkeling of verlamming.

7) llyper- en atrophie van het zenuwstelsel. Deze toestanden komen het duidelijkst in de hersenen voor, maar worden ook in het ruggemerg en de zenuwen aangetroffen (zie II. bl. 83—85).

8) Onder de ziekelijke voortbrengselen (II. bl. 157) komen in het zenuwstelsel voor: tuberkels, kanker, cysten; fibroïde (somtijds verbeenende) ligchamen en vetvoortbrengselen (vetgezwellen en vetontaarding der zenuwen).

Neuroma, zenuwgezwel, het meest voorkomende, ziekelijke voortbrengsel in de zenuwen, is een omschreven, rond of langwerpig, met zijne lengteas parallel met die der zenuw liggend, vast, elastisch, grijs- of geelroodachtig gezwel, dat van eene fibreuse beurs omgeven is , en de grootte van een papaverzaad tot die van een hoenderei bereiken kan. Zulk een gezwel komt alleen en op zich zelf staande voor, of er ontwikkelt zich eene tallooze menigte derzelven (zoogen. ganglionaiie ontaarding der zenuw). De grondvlakte van het neuroom bevindt zich in de zenuwbundels, met wier scheeden het zamenhangt; maar zijne zitplaats is meest altijd excentrisch, zoodat er slechts weinige zenuwbundels verplaatst zijn; zelden beslaat het de geheele dikte der zenuw. Het komt inzonderheid aan de ruggemergszenuwen (aan de uiteinden der dij-, arm- en aangezigtszenuwen, die digt onder de huid of over beenderen heenloopen) voor; het is fibreus of calleus (kanker- en vetachtig?) van maaksel en veroorzaakt door zijne drukking op de zenuwvezelen, eigenmagtig of alleen bij betasting, het zij prikkelings- of verlammingsverschijnselen der zenuw (vooral naar beneden schietende pijnen); maar somtijds heeft liet ook geenerlei verschijnselen ten gevolge (inzonderheid bij eene uitgebreide vorming van neuromen). Misschien zijn vele neuromen, vooral die snel ontstaan en spoedig weder verdwijnen , van rheumatischen aard (ontstekingsproducten).

Bij de doorsnijding der zenuwen, wier spanning en terugtrekkingsvermogen slechts gering is (waarom zij ook niet zelden boven eene

Sluiten