Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaarte des bloeds; maar bij eene gelijktijdige onthouding van drank, neemt ook dan het soortelijk gewigt des bloeds toe.

Consistentie van het bloed. Het normale bloed is dikker dan water, kleverig en op het gevoel aan vloeibaar eiwit gelijk ; zijne consistentie is afhankelijk : van het gehalte aan eiwit (kleverigheid der wei), van de hoeveelheid bloedligchaampjes (soortgelijk gewigt), van zijne stremmingsvatbaarheid (vezelstofgehalte) en van den warmtegraad (het is des te vloeibaarder, hoe liooger de temperatuur is). Bij eene vermeerderde consistentie van het bloed, zullen de ligchaampjes zich in het afgetapte bloed sneller tot zuiltjes vereenigen , en deze spoediger naar den bodem zinken (zoodat er eene crusta plastica ontstaat). Zinken de ligchaampjes afzonderlijk ongemeen snel, dan is de kleverigheid van het plasma geringer of het soortelijk gewigt der ligchaampjes, in verhouding tot het plasma, vermeerderd. — De veranderde consistentie van het bloed veroorzaakt ligtelijk stoornissen in den bloedsomloop door de haarvaten ; niet alleen vermeerderde kleverigheid, maar ook de waterachtige gesteldheid van het bloed brengt ophoopingen in de capillaire vaatnetten te weeg. Zie I. bl. 66 en 68.

Kleur van het bloed. Uit de kleur kan men nimmer tot de inwendige zamenstelling van het bloed besluiten, dewijl de kleur het uitvloeisel van eene menigte omstandigheden is, die onafhankelijk van elkander voorkomen, zich nu eens onderling ondersteunen, dan weder zich veronzijdigen kunnen. De kleur des bloeds hangt namelijk af: gedeeltelijk van zelfstandigheden, die in het plasma opgelost of met hetzelve vermengd zijn. Tot deze laatsten behooren inzonderheid de gekleurde en kleurlooze bloedligchaampjes j door eene belangrijke vermeerdering der kleurlooze wordt het bloed lichter van kleur; de gekleurde ligchaampjes, hebben ook door hun getal, vorm, gehalte aan pigment en gas (zuurstof- en koolzuurgas) invloed op de kleur. Hoe minder in getal, hoe meer te zamengeschrompeld de bloedligchaampjes zijn, en hoe grooter hun gehalte aan zuurstof is, des te lichter is de kleur des bloeds (deze is te schitterender, hoe meer het plasma geconcentreerd is), en omgekeerd. Zijn er behalve de bloedligchaampjes nog andere mikroskopische deeltjes in het plasma aanwezig (vet, chylus), dan geven deze aan de wei een melkachtig en aan het bloed een licht, geelachtig rood aanzien. De stoffen, in het plasma opgelost, kunnen zijn: gal- en piskleurstof (?), haematine. — De belangrijkste voorwaarden voor de kleur des bloeds zijn: het getal der bloedligchaampjes en de ademhaling; een bloed dat rijk aan ligchaampjes is, ziet er het donkerst, dat arm aan cruor is, daarentegen bleek uit; dat rijk aan koolzuur is, heeft eene donkere kleur (is veneus), dat meer zuurstof bevat, eene lichtere (is arterieus). Zie I. bl. 65 en 238.

Stremming des bloeds (zie I. bl. 68). Op den tijd en de wijze deistremming oefenen zoowel uitwendige omstandigheden (de temperatuur en de aanraking met dampkringslucht), als de inwendige hoedanigheid van het bloed (de hoeveelheid en hoedanigheid der vezelstof, het getal en de gedaante der kleurlooze en gekleurde bloedligchaampjes, het gehalte aan zouten, eiwit en lucht in de wei) haren invloed uit. In het algemeen is eene hoogere tem-, peratuur aan de stremming bevorderlijk, en deze komt des te sneller tot stand, naarmate de dampkringslucht vrijer kan toetreden (bij langzame uitvloeijing van het bloed, in eenen dunnen straal, in een plat vaatwerk, bij beweging van het bloed. — Gebrek*aan vezelstof of gemis van strembaarheid derzelve (bij overvloed van zouten) moet de stremming verhinderen (zie ziekelijke ontaarding van het bloed; I. bl. 107). — Versnelde stremming des bloeds paart zich veel mcnigvuldiger met een verminderd, dan met een vermeerderd gehalte aan vezelstof; ook schijnt de aanwezigheid van bloedligchaampjes de stremming te bevorderen; donker bloed stremt later dan lichtgekleurd ; onzijdige zouten, vooral de koolzure loogzouten, vertragen de stremming , terwijl de verdunning van het versche bloed met eene matige hoeveelheid water (in groote hoeveelheid bijgemengd heeft het eene tegenoverge-

Sluiten