Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk zigtbare klopping op eene abnormiteit, die eene zuiver plaatselijke of algemeene beteekenis heeft. Wat de eersten betreft, zoo ziet men duidelijk kloppen: slagadergezwellen (aneurysmata, teleangiëctasiën) en somtijds afzonderlijke slagaderen, wier werkzaamheid door plaatselijke omstandigheden verhoogd is (door drukking van verplaatste organen of gezwellen, door vernaauwing, in het algemeen door hinderpalen, die de vrije strooming van het bloed naar de peripherie belemmeren). Eene duidelijke, over het geheele slagaderlijke vaatstelsel uitgebreide klopping vertoont zich inzonderheid bij eene sterk ingespannen werkzaamheid van het hart, die, het zij als een verschijnsel van reactie of ten gevolge van eene plaatselijke ziekte van het hart (zoo als bij hypertrophie, maar vooral bij insufficientie van het klapvlies der aorta, en in dat geval met eenen opspringenden pols) als ook bij eene groote hoeveelheid bloed (plethora) optreedt. Bij eene zigtbare klopping der slagaderen kan overigens, naarmate van hare oorzaken, eene vermeerderde roodheid, turgescentie en hitte der huid, of ook bleekheid en slapheid dei-zelve voorhanden zijn.

Betasting. Bij het voelen van den pols moet men indachtig zijn, dat de verschillende soorten van pols van de volgende omstandigheden afhangen: van de grootte der bloedgolf, die telkenreize in het begin der aorta wordt gedreven, en die weder afhankelijk is van de grootte der bloedmassa in het geheele ligchaam en vooral van de hoeveelheid bloed in het hart bevat, alsmede van den toestand der monding van de aorta en van de vrijheid of belemmering der voortstrooming tusschen het hart en de plaats, die men onderzoekt (volle of ledige pols); — van de menigvuldigheid, de snelheid, de kracht en den rhytmus, waarmede de zamentrekkingen van het hart geschieden (menigvuldige, snelle, sterke of zeldzame, trage, zwakke; onregelmatige, tusschenpoozende pols);— van de wijdte van het vat op de plaats, waar men het onderzoekt, die zoo wel van de hoeveelheid des bloeds, als ook voornamelijk van den tonus en verdere eigenschappen der rokken afhankelijk is (groote en kleine pols); — van den graad der contractiliteit (tonus) en elasticiteit (spanning en uitzettingsvermogen) der wanden, waardoor zij het aandringende bloed meer of minder tegenstand bieden ol medegeven (harde, gespannen, zamengetrokken, of weeke, dubbelslaande pols); — van den graad van wederstand , dien het bloed op zijnen verderen weg naar de peripherie ontmoet, b. v. door gezwellen, stases enz. (volle, resistente pols). — Dezen verschillenden soorten van polsslag heeft jncn vroeger, hetgeen gedeeltelijk nog geschiedt, eene veel grootere belangrijkheid toegekend, dan zij verdienen. De pols heeft slechts eene ondergeschikte diagnostische beteekenis, dewijl de herkenning tegenwoordig op veel vastere gronden berust. Van de verschillende soorten van polsslag zijn de volgende voor de praxis van het meeste belang.

Menigvuldige en snelle pols; hij bewijst alleen, dat de werkzaamheid van het hart vermeerderd is, hetgeen echter ten gevolge van zeer verschillende plaatselijke en algemeene ziektetoestanden geschieden, en zoowel een centraal als een peripherisch of terugkaatsingsverschijnsel van

H- 13

Sluiten