Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zenuwstelsel zijn kan (zie abnormale bewegingen en koorts; II. bl. 181). Deze pols moet den Geneesheer aansporen, om de oorzaak der vermeerderde werkzaamheid van het hart op te sporen en zich niet te vreden te stellen met de gevolgtrekking, dat er ..koorts" aanwezig is. — De buitengewoon zeldzame en langzame pols is het gevolg van de verlamming der werkzaamheid van het hart (bij drukking op het centrale zenuworgaan, narcosis van het bloed).

Dubbelslaande pols (p. dicrotus s. duplex), eene soort van polsslag, die wel altijd een algemeen, op het vaatstelsel teruggekaatst lijden aanduidt. Hierbij voelt men niet alleen de nitzetting en kronkeling der slagader (den eigenlijken pols), maar na dezen ook derzelver zamentrekkin® en uitstrekking, die in den normalen toestand niet waargenomen kunnen worden, zoodat er op eiken hartslag schijnbaar twee polsslagen van de slagader volgen. Deze pols schijnt door eene zeer sterke en plotselinge zamentrekking van den slagaderlijken vaatwand, bij vermeerderden (teruggekaatsten) tonus van denzelven, tot stand te komen. Men neemt hem nagenoeg alleen bij hevige ziekten van de bloedmassa waar (vooral bij typhus), en hij is altijd met wijdte van liet vat en gewoonlijk met snelheid van den pols verbonden. Zoo lang deze polsslag nog aanwezig is, blijft de ziekte van groot belang. In sommige zou de slagader zich zelfs in meerdere herhalingen zamentrekken, zoodat daaruit een pulsus triplex ontstaat (?). — Volgens hamebnjk, komt het dubbel aanslaan van den pols in twee verschillende vormen voor: voorbijgaand namelijk (bij koorts), en dat wel in elk geval wanneer de slagader aanmerkelijk in omvang toeneemt 5 of aanhoudend, bij ligtere graden der atheromateuse ontaarding (rigiditeit). In het eerste geval kan men somtijds bij de auscultatie der armslagader, de belde slagen hooren (maar den tweeden altijd onduidelijk), in het laatste geval is de tweede toon nimmer hoorbaar. Volgens H. zijn de tweede slag en toon afhankelijk van de schudding, waarin de slagader geraakt, wanneer zij uit eene sterke kromming plotseling in eene regte rigting wordt gebragt.

De opspringende of huppelende pols (meestal zeer kort en hard), die gewoonlijk aan de artt. carolis en subclavia ook gezien kan worden, bestaat in het plotseling en sterk opspringen der slagader, met een aanmerkelijk zamenvallen, dat er op volgt. Hij wordt b,j insufficientie deiklapvliezen van de aorta waargenomen en komt tot stand , dooi dat de hypertrophische linker hartekamer haar bloed met geweld in de aorta drijft en deze, bij hare zamentrekking gedurende de diastole van het hart, een gedeelte van hetzelve weder in de kamer terugperst. Ten gevolge der sterkere zamentrekking van het hart, geraken de wanden van het vat in eene grootere trilling, die dikwijls tot in de kleinere slagaderen (art. radialis, temporalis, pediaea), als een duidelijk omschreven toon hoorbaar is fd. i. de vibrerende, dreunende pols). — Somtijds laat zich de opspringende pols een weinig sidderend aanvoelen (d. i1..de snorrende pols), en daarbij is de hoorbare slagadertoon onduidelijk omschreven diffuus (gelijk aan het spinnewielgcruisch bij het kattegespin van het har ).

De ledige, kleine pols, duidt eene geringe hoeveelheid bloed in het slagaderlijke vaatstelsel aan, en dit gebrek kan algemeen zijn, maar is «ewoonlijk het gevolg van eenen verminderden toevoer van bloed naar de8aorta, zooals bij stenosis van het ostium aorlicum en van het osttum venosum sinistrum, bij insufficientie der mytervormige klapvliezen , bij ziekten van de longen en het borstvlies, die den kleinen bloedsomloop storen, zoodat er minder bloed naar het linker hart wordt gevoerd.

Door de betasting der slagaderen kan men somtijds, behalve de slagadergezwellen, ook de weefselverandering der vaatrokken, en wel derzelver rigiditeit en incrustatie, als ook de meerdere of mm-

Sluiten