Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, somtijds eene excederende afzetting van den inwendigen vaatrok, maar zelden atheromateuse verwoesting en verbeening in de wanden der aderen voor te komen (I. bi. 286). — Van belang is de inmonding der vena epigastrica met de vena umbilicalis in den navelring (II. bl. 115), waardoor het openblijven der navelader en, bij leverziekten, aanmerkelijke varikeuse uitzettingen in den buikwand veroorzaakt worden.— De verwonding eener ader in de nabijheid der borstholte kan, door het indringen van lucht door dezelve tot in het hart, uiterst gevaarlijk, ja plotseling doodelijk worden. — Over veneuse teleangiëctasiën en caverneuse gezwellen, zie II. bl. 117.

Oorzaken van de ziekten der aderen. Er schijnt niet zelden eene voorbeschiktheid tot verwijding in het geheele aderlijke vaatstelsel of in enkele afdeelingen van hetzelve aangeboren en erfelijk aanwezig te zijn, zoodat er alsdan, reeds bij geringe aanleidingen, voor de gezondheid nadeelige uitzettingen der aderen tot stand komen, vooral in hoogen ouderdom, waar, in het algemeen, de varikeuse verwijdingen te huis behooren. —Plilebitis ontwikkelt zich het liefst in den mannelijken leeftijd en na het opnemen van giftige stoffen in de ader; zij kan overigens, ten opzigte van haren oorsproDg, eene primitive, sympathische en metastatische (primaire en secundaire) zijn (I. bl. 284). — Inzonderheid slepen verstopping en zamendrukking van aderen , ziekten, die den bloedsomloop door het hart en de longen storen, en in het algemeen, belemmeringen in den aderlijken bloedstroom verwijdingen van het aderlijke vaatstelsel (en hydropische verschijnselen) na zich.

Ziekteverschijnselen. Zij vertoonen zich deels in de ziekelijk aangedane ader (zwelling , hardheid, spanning, pijnlijkheid), deels in het omringende weefsel (hoofdzakelijk als ontsteking, infiltratie, sclerosis van het celweefsel) , deels boven en onder de zieke plaats, in de ader en in liet haarvatenstelsel (stases, verwijding, verstopping), als ook in de organen , die onmiddellijk met de ader in verband staan (hyperaemie, oedeem, verzwering, uit storting van bloed, infiltratiën, hypertropbie, koudvuur). De subjective en reactie-verschijnselen (abnormale gewaarwording, pijn, koorts, zenuwverschijnselen) rigten zich naar de belangrijkheid der ontstoken ader en naar den graad en de uitgebreidheid der ontsteking. Het menigvuldigst en het hevigst vertoonen zij zich, wanneer er pyaemie, ten gevolge der phlebitis, tot stand is gekomen.

4) Opslorpende vaten.

De bestemming der opslorpende vaten (I. 298) is, de vloeistoffen die het bloed voeden, uit de weefsels (lympha) en uit het darmkanaal (chyl) op te nemen en in het bloed over te voeren, maar ook tevens deze stoffen, bij haren doorgang door de klieren, meer en meer aan het bloed gelijk te maken. Dewijl de haarvaten de vloeibare stoffen, die aan het bloed ongelijk zij u , op dezelfde punten als de opslorpende vaten opnemen en door middel van den bloedsomloop snel wegvoeren (waarom het opslorpingsvermogen deihaarvaten ook veel sterker is dan dat der lymphatische vaten), zoo blijft er voor deze laatsten, slechts datgene op te nemen, wat aan het bloed gelijkaardig is, en derhalve (volgens de wetten der endosmosis) door de haarvaten moest achtergelaten worden (d. z. de plastische stoffen). Wanneer de opslorping der haarvaten echter verminderd of opgeheven wordt, zullen de lymphatische vaten, indien zij namelijk in hunne werkzaamheid niet belemmerd worden,

Sluiten