Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chaam met elkander vergelijken. Zonder betasting is de herkenning eener beenziekte te eenenmale onmogelijk; de auscultatie laat slechts de wrijving van ruwe beenoppervlakten tegen elkander (kraking bij beenbreuken, carieuse verwoesting) vernemen.

Ziekten der beenderen. Zij worden in zuiver mechanische en in organische ziekten verdeeld; de eerste bestaan in beenwonden en breuken (II. bl. 161), de laatste zijn van ontstekingachtigen aard, en van eene zuiver plaatselijke of algemeene beteekenis. Tot de organische (zoogen. dynamische) beenziekten heeft men tot nog toe de volgende gebragt:

a) Beenontsteking (ostitis; I. bl. 387), met hare uitgangen: in verettering (osteopyosis), verzwering (caries), koudvuur (necrosis), hyperostosis (sclerosis, osteophytvorming), losse zwelling en verweeking, atrophie. — Aan hyperaemie zijn de beenderen ongetwijfeld evenzeer als de zachte deelen onderhevig; men treft, haar in het lijk nog het duidelijkst in de schedelbeenderen (vooral bij kinderen) en in de wervelen aan; habituele hyperaemiën zijn ongetwijfeld dikwijls de oorzaak van exostosis, sclerosis, osteoporosis.

b) Verwoestingsprocessen in het beenweefsel (II. bl. 23) zijn: verettering, verzwering en koudvuur, drie ziekteprocessen, die zoowel zuiver ontstekingachtig als tuberculeus, kankerachtig of syphilitisch van aard kunnen zijn (II. bl. 28 32). — Hiertoe behooren verder de phosphorziekte (I. bl. 383), de usura (II. bl. 78) en de afknaging van het beenweefsel (II. bl. 79).

c) Bloedingen in het beenweefsel komen somtijds spontaan, ten gevolge van bloedstilstand, vooral van passiven aard, bij scorbut, typhus enz., tot stand (II. bl. 47). — Oedeem van het been weefsel wordt somtijds, bij algemeene, langdurige waterzucht aangetroffen (II. bl. 62).

cl) Hyper- en atrophie van het beenweefsel. De hypertrophie of hyperostosis (II. bl. 75) kan ontstekingachtig of niet ontstekingachtig van aard zijn, met vermeerdering van omvang en digtheid van het been (sclerosis) gepaard gaan, en over eene grootere oppervlakte uitgestrekt zijn, of in den vorm van exostosis (II. bl. 76) voorkomen. — De atrophie vertoont zich in drie vormen, als vermagering, opslorping en afknaging (II. bl. 77).

c) Verweeking en verharding van het beenweefsel. De eerstgenoemde bestaat of in osteoporosis (II. bl. 134) of in osteomalacie (rhachitis der kinderen en volwassenen, week achterhoofd, II. bl. 137), of in veton taarding (II. bl. 138).— De verharding (sclerosis; II. bl. 141) is primair of secundair.

ƒ) Ziekelijke voortbrengselen in het beenweefsel (II. bl. 156) zijn: tuhcrkels, kanker, teleangiëctasie, cysten en fibroïden (sarcoma, cystosarcoma, osteosarcoma en osteosteatoma) enchondroma en cholesteatoma.

Dyscratische processen in bet heenweefsel. Men wil, bij bepaalde dyscrasiën, die dikwijls met beenziekten gepaard gaan, niet alleen eene standvastige verhouding van het zieke beenweefsel, maar ook eene bepaalde betrekking der verschillende, dyscratische ziekteprocessen, tot sommige beenderen ontdekt hebben. —De syphilis doet, volgens rokitansky, bij voorkeur de

Sluiten