Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

platte schedel been deren aan, en behalve deze het scheenbeen, sleutelbeen, somtijds ook het borstbeen, in het algemeen inzonderheid beenderen, die met weinige zachte deelen bedekt en vast van weefsel zijn. Zij komt hier als eene pijnlijke en vooral op sommige punten hoog klimmende ontsteking voor, die zwelling van het been (tophus) veroorzaakt, en een verbeenend exsudaat in het weefsel afzet, waardoor eene verdigting en blijvende verdikking van het been tot stand komt. In zeldzamer gevallen wordt er ook een verbeenend exsudaat op de oppervlakte van het been afgezet. Is het geheele been geïnfiltreerd , dan vormen zich talrijke, ineenvloeijende, met de ontstekingspunten overeenkomende bulten, het wordt dik, plomp en zwaar. Niet zelden gaat deze ontsteking, na verharding van het been, in caries over (II. bl. 24). De hyperostosis en sclerosis, met ontbrekende osteophyten, kenmerken de syphilitische beenaandoening het duidelijkst. — De tuberculeuse (scrofuieuse) beenontsteking en caries (II. bl. 28) moet, volgens rokitansky, eene eigenaardige osteophytvorming met zich brengen, namelijk het fluweelachtige osteophyt aan compacte, het splinterig-bladerige aan sponsachtige beenderen, terwijl eene inwendige hyperostosis (sclerosis) als vergezellend verschijnsel ontbreekt. — Over kanker van het been zie II. bl. 29. — De jicht schijnt in de gewrichten het malum coxae serule (II. bl. 135 en 141) en in de lange pijpbeenderen eene sclerosis met tepel- of druipsteenvormige osteophyten te veroorzaken, waardoor het been een ruw, op de schors der boomen gelijkend overtreksel verkrijgt. Verder schijnen ook de osteophyten, die aan de wervelen en gewrichten in de bandachtige weefsels, onder de gedaante van platte , schaalvormige, doornachtige, kraakbeenige uitwassen van een verhard, krijtachtig maaksel, tot ontwikkeling komen, volgens rokitansky, vaneenen jichtigen aard te zijn. —De rheumatische ontsteking schijnt vooral de periplierische lagen van het been met het beenvlies aan te doen, en eene sclerosis, met tepelvormig-bladerige osteophyten op de oppervlakte van het been, voort te brengen. Rheumatische sclerosis der gewrichtshoofden veroorzaakt atrophie van het kraakbeenige bekleedsel der gewrichtsdeelen (II. bl. 80). — Engel ontkent dat er bij de onderscheidene dyscratische beenontstekingen bepaalde vormen van osteophyten voorkomen, en beweert dat deze voortbrengselen alleen naar den graad der ontsteking en de hoeveelheid van het exsudaat in gedaante verschillen (I. bl. 391).

Ziekten der gewrichten. Wegens de zamenstelling der gewrichten uit zeer verschillende deelen (beenderen, kraakbeenderen, vezelachtig en weivliezig weefsel) zijn zij ook aan vele en zeer verschillende ziekten onderhevig, die grootendeels onder den naam van narthrocace, tumor albus" te zamen gevat worden. — Afwijkingen van den normalen zamenhang der beenderen in de gewrichten vormen: de anchylosis en de ontwrichting (II. bl. 160).— De synoviaalvliezen zijn ligt aan ontsteking onderhevig (arthrophlogosis synovialis; I. bl. 277), die menigmaal; bij eenen hoogen graad van tuberkeldyscrasie, een tuberculeus product vormt (I. bl. 186), maar in andere gevallen verettering en verzwering, of verdikking der banden, vergroeijing der beenuiteinden, gewrichtswaterzucht (II. bl. 59) en fibroïde ligchamen in de gewrichtsholte na zich kan slepen. Somtijds treft men lipomata (lipoma arborescens ; I. bl. 121) in het weivlies aan. — Het gewrichtseinde van het been is onderhevig: aan ontsteking, met opvolgende osteophytvorming, verettering, caries, osteoporosis en sclerosis [malum coxae senile; II. bl. 135 en 141). Dikwijls wordt het ook de zitplaats van tuberculeuse infiltratie en verwoesting (II. bl. 28). ■— Het kraakbeenig overtreksel wordt altijd eerst ten gevolge van ziekte van

Sluiten