Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ner holton (d. i. onware waterzucht; II. bl. 62) eene zeldzame ziekte. — Hypertrophie en atrophie van het slijmvlies (II. bl. 82) zijn menigvuldige gevolgen van hyperaemie en ontsteking en bepalen zich hoofdzakelijk tot het cpithelium of de slijmblaasjes, of doen het geheele slijmvlies, of het onderliggende celweefsel aan. — Verweeking (II. bl. 138) en verharding vergezellen zeer dikwijls de catarrhale ontsteking der slijmvliezen, of volgen op dezelve.— Ziekelijke weefselontaardingen en abnormale inhoud van de slijmvliezen en hare holten (II. bl. 154) of doorboring (II. bl. 163), verwijding en vernaauwing dezer laatsten (II. bl. 118) zijn toestanden, die, naar mate van hunne zitplaats, eenige verscheidenheden kunnen aanbieden.

•■) Weivlies.

De wei vliezen (I. bl. 248) zijn zeer dikwijls de zitplaats van ontsteking en uitzweeting (I. bl. 249), vooral van waterverzamelingen (II. bl. 56), daarentegen komen verstervingsprocessen (II. bl. 3) en bloedingen in hunne holten (II. bl. 53) zeldzamer voor. — Hyper- en atrophie van het wei vliesweefsel (II. bl. 81) kan het gevolg van zeer verschillende toestanden zijn. — Over den inhoud van weivliezige zakken, en derzelver ziekelijke gezwellen, zie II. bl. 152.

3) Celweefsel.

Het celweefsel (I. bl. 353), dat in de zamenstelling van alle organen wordt opgenomen, en in submembraneus (onderhuids-, onderslijmvlies- en onderweivliescelweefsel, I. bl. 357), omhullings- (I. bl. 359) en parenchymateus celweefsel (I. bl. 364) verdeeld kan worden, is, wegens zijnen rijkdom aan vaten en zenuwen , zeer dikwijls de zitplaats van ziekten, die niet alleen meestal snel verloopen, maar zich ook gemakkelijk over den omtrek verspreiden. De ontsteking (I. bl. 353) gaat veelal in ettering en somtijds in verharding (II. bl. 142) over; in het algemeen is het celweefsel ligtelijk aan versterving (II. bl. 18) onderhevig. Bloedvloeijingen komen hier zeldzamer voor dan waterverzamelingen (II. bl. 48 en 61). — Hyper- en atrophie doet met het celweefsel gewoonlijk tevens het vetweefsel aan. — Over abnormale ophoopingen en ziekelijke voortbrengselen in het celweefsel, zie II. bl. 156.

Parenchymateuse organen zijn, wegens hun groot gehalte aan celweefsel , bloedvaten en zenuwen, zeer ligt aan ziekten onderhevig, en deze brengen zoo wel veranderingen in het maaksel, als in de grootte, de gedaante , de vastheid, de ligging en de verbinding dezer organen te weeg. _ De ontsteking sleept in de meeste gevallen en organen etterin» (abscesvorming) na zich (I. bl. 364); de versterving (II. bl. 18) komt in de onderscheidene organen op eene verschillende wijze tot stand, meestal door ontstekingachtige en dyscratische voortbrengselen. — De bloedingen in hunne weefsels vormen de zoogen. apoplexiën (II. bl. 35), de water verzamelingen dragen den naam van oedeem (II. bl. 59)-~~ Tot hyper- en atrophie (II. bl. 67), verweeking (II. bl. 140) en verharding (II. bl. 143), gedaante- en plaatsverandcrin-

Sluiten