Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen volgen en in dezelyen bevat blijven, is de bloedmassa normaal; maar naarmate zij sterker gekronkeld zijn en uit de hersensleuven te voorschijn treden, is de abnormale vermeerdering der bloedmassa te grooter (engel). Gewoonlijk is de bloedovervulling der pia mater met hyperaemie der hersenen verbonden, en somtijds brengt zij, in hoogen graad bestaande, eene apoplexia vascularis of serosa te weeg. Wanneer zij dikwijls terugkeert of langen lijd voortduurt, laat zij varikeuse uitzettingen der vaten na (II. bl. 116), alsmede verdigting, verdikking, troebelheid en vergroeijing der binnenste hersenvliezen; ook ontwikkelt er zich apoplexie (II. bl. 36) en oedeem der pia mater (II. bl. 61) uit. — Van de dyscratische voortbrengselen verdient alleen de tuberkelzucht der pia mater (I. bl. 182) vermelding.

De ziekten der pia mater brengen verschijnselen mede, die niet slechts aan vele hersenziekten , maar ook aan onderscheidene acute ziekten des bloeds (typhus, acijte tuberculose en dronkaardsdyscrasie) eigen zijn, waarom zij ook nimmer met zekerheid te herkennen zijn. Met de meeste waarschijnlijkheid kan men nog de meningitis vermoeden, wanneer een febriciterende tuberkellijder belangrijke hersenverschijnselen (ijlhoofdigheid) oplevert. Bij typhuslijders bestaat daarentegen de oorzaak der hevige hersenverschijnselen meestal slechts in eene matige hyperaemie der pia mater, waarbij echter oedeem der hersenen komt. De meningitis der kinderen, die zoo dikwijls, naar aanleiding der reflexkrampen, gediagnostiseerd wordt, lost zich, bij de lijkopening, bijna even menigvuldig in pneumonie of pleuritis op (althans te Leipzig). — De prikkelings- en verlammingsverschijnselen der verschillende aangezigts- en halszenuwen (zooals scheelzien, verlamming van het bovenste ooglid, tandenknersen, schreeuwen, braken, scheeve hals. stoornissen in de ademhaling enz.) zijn voor de herkenning van de aaudoeningen van het zachte hersenvlies aan de grondvlakte der hersenen van weinig beteekenis, daar al de genoemde verschijnselen ook van andere centrale aandoeningen kunnen afhangen of ook van elders gereflecteerd kunnen zijn.

De ziekten der hersenholten betreffen de aderlijke vlechten en bestaan in hyperaemie, verdikking, troebelheid, varicositeit der vaten, ontsteking met uitzweeting, vorming van cysten (II. bl. 67) en hoogst zelden in tuberculosis of kanker; — of zij doen het ependyma aan, en bestaan hoofdzakelijk in ontsteking met fibrineus, etterachtig of sereus exsudaat, met acute hydrocephalie (I. bl. 362), als ook in eene waterachtige afscheiding (chronische hydrocephalus; II. bl. 57). Als ziekelijke weefselvorming heeft men in de hersenholten gevonden: vrije, fibroïde granulatiën, hoogst zelden kankerproducten, nimmer tuberkels, en somtijds een op den cysticercus gelijkend dier, met eene matig gevulde staartblaas.

4) De hersenen (I. bl. 402), wier gewigt omstreeks 3 ponden (bij de vrouw ongeveer 8 lood minder dan bij den man) bedraagt, en die bijna het 50ste gedeelte van het ligchaam uitmaken, zijn de zitplaats van de verrigtingen des geestes en van de gewaarwording, als ook de bron der willekeurige bewegingen. Derzelver anatomie en physiologie zijn echter, wat de bijzonderheden betreft, nog zoo weinig bekend, dat men dezelve tot nog toe niet aan de ziektekunde dienstbaar kan maken. Ja, het is nog volstrekt onmogelijk, te beoordeeld) , van welke der anatomische eigenaardigheden der hersenen

Sluiten