Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn de hyperaemie en anaemic der hersenen, dewijl deze heide toestanden zeer op elkander gelijkende verschijnselen medebrengen en , tot groot nadeel van den lijder, niet zelden met elkander verward worden. De hjperaemie, congestie, hloedsaandrang naar het hoofd (I. hl. 63), meestal met bloedovervulling der binnenste hersenvliezen verbonden en gedurende het leven, niet van deze laatste te onderscheiden, berust, wanneer zij dikwijls terugkeert of langen tijd aanhoudt, gewoonlijk op eene dieper in het ligchaam verborgene ziekte (op een hersen- of hersenvlieslijden, belemmerde terugvloeijing van bloed uit het hoofd, stoornissen in den kleinen bloedsomloop enz.) en kan ontsteking, apoplexie, hersenoedeem, enz. veroorzaken. Dewijl de bloedbeweging bij de hyperaemie vertraagd is, en de stofverwisseling dus ook langzamer moet plaats hebben, zullen hiervan ook vele verschijnselen (en niet alleen van drukking door bloed ol exsudaat) afhangen. Verder zal de stremming van den bloedsomloop in de hersenen ook hyperaemie in andere organen (het aangezigt, de longen) kunnen veroorzaken. De anaemie (I. bl. 60), uit plaatselijke of algemeene oorzaken ontspruitende, kan men door het nonnengeruisch in de regter ven. jagularis interna (zie bij den hals) ligtelijk van de hyperaemie onderscheiden. — De ontsteking der hersenen (I. bl. 403) die, wegens het anatomisch zamenstel van dit ingewand, op zich zelve geene hevige en in het oog loopende verschijnselen kan veroorzaken, gelijk de meningitis, en somtijds zonder eenige stoornis in de hersenfunctien bestaat, rigt zich in hare symptomata naar de zitplaats van het kwaad, de hoeveelheid, de hoedanigheid en de gedaanteveranderingen van het exsudaat, eindelijk naar de meerdere of mindere deelneming der overige hersenmassa.

Anaemie, hyperaemie, stasis en ontsteking der hersenen volgens IIAMERNJK. De hoeveelheid van het bloed in de schedelholte (dat volgens de wetten van den hevel en der capillariteit, zonder den invloed van liet hart zich beweegt) verschilt ook bij gezonde menschen aanmerkelijk op verschillende tijden, en rigt zich, dewijl de schedelholte altijd vol is, en hare wanden zich niet laten uitzetten (zodat het eene gedeelte van den inhoud verminderen moet als het andere vermeerdert), naar de hoeveelheid der hersenen en van het hersenvocht. De hoeveelheid van het bloed in de schedelholte zal dus alleen dan kunnen vermeerderen, wanneer de overige inhoud in omvang afneemt, en zij zal in het tegenovergestelde geval noodzakelijk moeten verminderen. Nu kan echter de omvang der hersenzelfstandighcid snel afwisselen, en bij gevolg even snel de hoeveelheid van het bloed in de schedelholte. Een enkele slapelooze en kommervolle nacht, eene sterke inspanning der hersenen, een wat lang voortgezette dieet enz. vermeerderen de bloedmassa in de schedelholte in dezelfde evenredigheid, als zij de hersenmassa verminderen. Hieruit volgt, dat, wanneer bij congestie van bloed naar het hoofd, de. schedelbeenderen ongeschonden zijn, bloedontlastingen , spijsonthouding, purgantia enz,, de hoeveelheid van het bloed in de schedelholte niet verminderen, ja zelfs (ten gevolge der slechtere voeding van de hersenen) vermeerderen kunnen. Men kan de hoeveelheid van dit bloed slechts dan verminderen , wanneer men in staat is, door eene verandering der omstandigheden, den omvang der hersenmassa te vergrooten. — De hyperaemie en stasis bestaat in eene ziekelijke verandering (welke? dat blijft nog onbeslist) van de haarvaten van het een of ander deel, waardoor de bloedsomloop in hetzelve trager en de stofverwisseling bij gevolg verminderd wordt, waardoor

Sluiten