Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet deel in omvang begint af te nemen, de haarvaten verwijd en met meer bloed gevuld worden. Ondertusschen mag men met deze hyperaemie en stasis niet het vermeerderde bloedgehalte van een deel verwarren, dat van eene door verschillende omstandigheden veroorzaakte verwijding van deszelfs bloedvaten afhangt. Zoo kan ook in de schedelholte eene groote hoeveelheid bloed voorhanden zijn, zonder dat er stasis op de eene of andere plaats bestaat, terwijl er daarentegen, bij een zeer gering bloedgehalte in de schedelholte, hier of daar stasis bestaan kan. De ziekten van het hart en de longen kunnen slechts in zoo verre de hoeveelheid der bloedmassa in de schedelholte vermeerderen , als zij in de hersenen, zoowel als in het overige ligchaam, eene beginnende atrophie veroorzaken. Zelfs kan de verworging zulk eene vermeerdering van bloed niet te weeg brengen. — Anaemie der hersenen is, bij eenen ongeschonden toestand der schedelbeenderen, niet denkbaar (behalve bij vermeerdering der hersenmassa en van het hersenvocht); het gedeübrineerde en verbleekte bloed kleurt ook de hersenzelfstandigheid bleek en maakt haar schijnbaar anaemisch en brengt door opheiling der voeding den dood te weeg.

NB. Het is zeer moeijelijk, uit het verschillende bloedgehalte der scliedelliolte in het lijk, eene gevolgtrekking op te maken , het moeijelijkste blijft echter nog altijd, deze uitkomst der lijkopening in een oorzakelijk verband met den dood te brengen, 'daar wij tot nog toe van de mechanische zijde van het sterven zoo veel als niets weten (hameknjk).

IIydrocephalie (d. i. eene uitstorting van wei in de holten of tusschen de vliezen der hersenen) kan ontstekingachtig of niet ontstekingachtig van aard (acute en chronische, of librineuse en sereuse hydrocephalus), idiopathisch of sympathisch (bij tuberculosis der hersenvliezen), aangeboren of verkregen zijn (I. hl. 362 en II. bl. 57). De wei dringt daarbij in den regel gelijkmatig in de hersenzelfstandigheid en de hersenvliezen door en brengt hersen- en hersenvliesoedeem te weeg (II. bl. 59 en 61), dat echter ook zonder hydrocephalus kan voorkomen, alsmede witte, hydrocephalische verweeking der hersenmassa (I. bl. 403). De oorzaak der hydrocephalie is of in ontsteking en hyperaemie, of in vermindering deihersenmassa gelegen. Volgens iiamernjk, berusten alle hydrocephaliën op vermindering der hersenmassa, maar kan deze laatste (II. bl. 85) zoowel van eene stasis en ontsteking, als van gedefibrineerd bloed enz. afhangen. Eene apoplexia serosa kan er, volgens II., niet bestaan, dewijl de afscheiding van wei niet plotseling maar langzamerhand, naarmate van de voortgaande vermindering der hersenmassa, tot stand komt. — De hersenapoplexie (II. bl. 36) komt inzonderheid ten gevolge van atrophie, bij rigiditeit der vaatwanden (dus in hoogen leeftijd) voor, maar kan ook bij jongere individuen zonder ziekten der vaten (misschien bij hersenatrophie zonder uitstorting van water?) plaats hebben. — Hyper- en atrophie der hersenen (II. bl. 83 en 85) bieden in hunne verschijnselen eene groote overeenkomst met den hydrocephalus aan en kunnen in zeldzame gevallen uit de grootte en gedaante van den schedel vermoed worden.— Verweekingen (I. bl. 138) komen in de hersenen onder de volgende gedaanten voor: de roode (I. bl. 403), de witte of hydrocephalische (I. bl. 362) en de gele (II. bl. 33). Verharding der hersenen (II. bl. 141) is het gevolg van zeer verschillende omstandigheden.— Wat ziekelijke gewrochten betreft, komen in de hersenen het menigvuldigst de tuberkels (I. bl. 182) en de

Sluiten