Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den rug bestemd is, terwijl de breede rugspieren, die de eerste en tweede Jaag vormen, er geene hebben. —De vaten en zenuwen van den rug zijn alleen aan den nek van eenig belang [art. verlebralis, occipitalis, cervicalis profunda; nerv. accessorius, occipitalis), overigens zijn zij van weinig beteekenis. Aan bet bovenste gedeelte van den nek liggen, tusschen de mm. cucullaris en splenius, eenige (2—3) lymphatische klieren ; de onderhuidsaderen monden zich met de achterste adervlechten van de ruggegraat en het wervelkanaal in. — b) Het geraamte der ruggegraat, uit 24 wervelen, het heilig- en staartbeen bestaande, vormt den steun van het hoofd en van het geheele ligchaam; het bevat een kanaal voor het ruggemerg in zich en bezit, niettegenstaande zijne bewegelijkheid, toch eene groote stevigheid (dewijl er vele gewrichten boven elkander liggen, maar de afzonderlijke wervelen op eene zeer innige wijze met elkander verbonden zijn). De wervelen bestaan hoofdzakelijk uit eene sponsachtige beenzelfstandigheid en zijn deels door elastische, vezelachtige kraakbeenderen (cartilagines interverlebrales), deels door elastisch en peesachtig bandweefsel onderling vereenigd. De golfswijze kromming der wervelkolom (door de gedaante der wervelligchamen en de tusschenwervelkraakbeenderen veroorzaakt) is, dewijl de wervelkolom aan de achterzijde van het ligchaam geplaatst en slechts aan eene zijde, van voren namelijk, door de borst- en buiksingewanden belast is, voor de draagkracht en het behoud des evenwigts bij den opgerigten stand van het ligchaam, volstrekt noodzakelijk. Het borstgedeelte der ruggegraat is daarbij tevens in den regel een weinig naar de regterzijde uitgebogen (misschien door het meerder gebruik van den regter arm); in hoogen ouderdom neemt de kromming van het borst- en lendengedeelte toe, waardoor de hoogte van het ligchaam vermindert. De ruggegraat kan gebogen, uitgestrekt, zijwaarts gekromd en om hare as gedraaid worden, ook kan zij te gelijk met het bekken op de dybeenshoofden (maar zonder verandering van hare gedaante) zicli bewegen. Het halsgedeelte der wervelkolom bezit de grootste, het borstgedeelte de geringste bewegelijkheid. De grootste buigings- en uitstrekkingsbeweging valt tusschen den 3den en 7den halswervel, tusschen den llden borst- en 2den lendenwervel en op de verbinding van den laatsten lendenwervel met het heiligbeen. De zijwaartscbe kromming is in het hals- en lendengedeelte het grootst; de spildraaijing neemt van den hals naar beneden voortdurend af. — c) Inhoud d.er ruggegraat. Het wervelkanaal ('canalis spinalis) bevat het ruggemerg en zijne vliezen (voortzettingen der hersenvliezen), die het echter op lang na niet aanvullen (ten einde, bij de verschillende bewegingen, niet beklemd of gedrukt te worden), maar er blijft tusschen de dura mater en den beenigen wand eene ruimte over, waarin vet en de groote plexus venosi spinates liggen. In de holte der arachnoïdea of, volgens magendie tusschen dit vlies en de pia mater, bevindt zich het liquor eer eb r o-spinalis. De pia maler leidt, door haar fitum terminale verlengselen dér bloedvaten van het ruggemerg, tot aan den uitgang van het heiligbeenskanaal naar beneden, waar zij met de onderhuidsvaten van de heiligbeensstreek inmonden. Het ruggemerg ligt digter bij den voor- dan bij den achterwand van het wervelkanaal, en geeft oorsprong aan 32 zenuwpai en , die ter weerszijde met twee wortelen ontspringen, waarvan de voorste bewegings- de achterste (van eenen zenuwknoop voorzien) gevoelsdraden bevatten. In het ruggemerg bevinden zicli zenuwvezelen , die gedeeltelijk in hetzelve haar centraal uiteinde hebben (spinale), gedeeltelijk door hetzelve heenloopende, de hersenen bereiken (cerebrale), deels tot den n. sympalliicus behooren. Het ruggemerg is derhalve deels geleidings-, deels centraalorgaan (en dit laatste voor de belangrijke vegetative levensverrigtingen: de ademhaling, de werkzaamheid van het hart, de spijsvertering, pisafscheiding en eenige geslachtsverrigtingen), deels reflex-orgaan (tussclien de spinale, cerebrale en sympathische zenuwvezelen).

Ziekten van de wervelkolom en het ruggemerg. Onder de aangeboren abnorriiiteiten dezer deelen is de veelvuldigste en

Sluiten