Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitrekbaar is); in dezelfde ruimte, ter linker zijde, vindt men daarentegen de art. carolis en slechts een klein gedeelte der strotader; achter den in. slernomasloideus der regter zijde loopt de a. carolis, terwijl deze spier ter linkerzijde slechts een klein gedeelte der slagader bedekt. — In de streek der verbinding van de eerste rib met het borstbeen loopen de vv. jugularis interna en subclavia te zamen en vormen de anonyma, op welke plaats de beide eerstgenoemde aderen van zulke klapvliezen voorzien zijn , dat het bloed onmogelijk van beneden naar boven kan terugvloeijen, (wanneer namelijk deze klapvliezen niet insufficiënt zijn geworden, hetgeen aan li&t klapvlies der regter venajugularis, wegens hare wijze van inmonding in de anonyma en van deze in de holle ader, veel ligter voorkomt dan aan de linker ven subclavia en jugularis). Dien ten gevolge kan het opzwellen der strotader, zonder insufficientie van haar klapvlies, alleen door oponthoud van het bloed aan dit klapvlies, tot stand komen, en zich slechts langzamerhand naar boven tot in het aangezigt uitstrekken , terwijl bij het bestaan der gemelde insuliicientie, de opzwelling der ader zoowel bij de uitademing, als ten gevolge van de systole van het hart (bij insufficientie der v. tricuspidalis), mogelijk is. De genoemde aderen zijn op de plaats van hare zamenvloeijing door het diepliggende blad der fascia colli aan de eerste rib en de inwendige oppervlakte der clavicula onverschuifbaar vastgehecht, en op die plaats een weinig ingesnoerd. De regter ven. anonyma is kort en gaat in eene regte rigting naar boven in de inwendige strotader , naar beneden in de bovenste holle ader over, terwijl de linker v. anonyma, die veel langer is, zich hoeksgewijs met de v. jugularis van hare zijde en met de holle ader verbindt, zoo dat haar bloed niet zoo vrij kan afvloeijen als aan de regter zijde. Daarentegen, wanneer het bloed met kracht uit de borstholte wordt teruggedrongen (bij hevige uitademingen), of deszelfs voortgaande beweging gedurende de uitademing gestremd wordt, kan de regter vena anonyma met de strotader dierzelfde zijde (wegens de regtere rigting en meerdere nabijheid) het ligtst met bloed overvuld en het klapvlies der laatstgenoemde ader insufficiënt worden; daarom zijn de halsaderen aan de regter zijde ook altijd sterker opgezet dan aan de linker. Inzonderheid is de regter inwendige strotader, even boven haar klapvlie9, standvastig tot eene zakvormige verwijding opgezet, die des te grooter is, naarmate het bloed op die plaats menigvuldiger en in eene grootere hoeveelheid opgehouden werd, zoodat zij zelfs de grootte van een hoenderei kan bereiken. Deze aderlijke zak stoot van achteren tegen het tuberculum carolicum (aan den voorsten wortel van het dwarse uitsteeksel van den 6den halswervel) en ondergaat daardoor eene geringe inbuiging, terwijl van voren, langs zijn bovenste gedeelte, de m. omohyoideun heen loopt, en insgelijks eene vernaauwing kan te weeg brengen. Bij insufficiSitie van het strotaderklapvlies (die gewoonlijk bij gebreken in de klapvliezen van het hart wordt aangetroffen) kan deze zak door de bloedmassa, (die bij de uitademing of ook somtijds door de systole van het hart) teruggedrongen wordt, eene belangrijke uitzetting verkrijgen, en de fossa intersternocleidomastoidealis opvullen. Ook kunnen zijne wanden door den bloedstroom (zoowel den voorwaarts gaanden als terugkeerenden) in eene trilling geraken , die Aowel gevoeld als gehoord kan worden (d. i. het nonnengeruisch).

Het nonnengeruisch of aanhoudend geruisch (murmur jugulare, byuit de diable), — dat men vroeger en gedeeltelijk ook nog (niettegenstaande hamernjk's uitvoerige behandeling) ten onregle in de carolis plaatste en met het tusschenpoozeude blaasbalggeruisch (II. hl. 196), dat hiér bij de systole van het hart somtijds intreedt, verwisselde, — vertoont zich bij bloedarmoede en wordt in den regel alleen in de regter inwendige strotader, zeldzaam in hetzelfde vat der linker zijde gehoord. Tegelijk kan men ook altijd de toonen der carotis en het slrottehoofdsadcmen, met meerdere of mindere duidelijkheid (naarmate van de sterkte van het nonnengeruisch), door dit geruisch heen, waarnemen. De toonen der carotis hoort men alleen en zuiver, zoodra men het nonnengeruisch door

Sluiten