Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(1. bl. 313), van exanthematische, pustuleuse ontsteking, bij kinderen ook van croup (I. bl. 315), en somtijds van den zoogen. druiperoatarrhus (1. bl. 315). Het is ook niet zelden onderhevig aan verwoesting door verettering en verzwering (II. bl. 7), en wel, bij zeer verschillende ziekten, inzonderheid bij tuberkelzucht, want van de zoogen. s tro t teh o ofds t er in g e n, waarvan de tuberculeuse (I. bl. 182), de catarrhale (I. bl. 314), de typheuse (I. bl. 168) en de rheumatische (I. bl. 395) de voornaamste zijn, komt de eerste zeer dikwijls, de laatste hoogst zelden voor. Somtijds woekeren op het slijmvlies epi the li um-vege tatië n en slijmpolypen te voorschijn, of brengt acuut of chronisch oedeem (I. bl.313 en II. bl 61), alsmede h ypert rophie , eene opzwelling van hetzelve te weeg. — Het onderslijmvliescelweefsel van het strottehoofd wordt menigmaal, hoewel zelden primair, door ontsteking (I. bl. 358) aangetast, en deze gaat gewoonlijk in verettering en versterving van het celweefsel en het slijmvlies uit; de chronische ontsteking heeft dikwijls hypertrophie, verdikking en eeltachtige verharding van het onderslijmvliescelweefsel en hierdoor vernaauwing van de strottehoofdsholte ten gevolge. — Het kraakbeen vlies van het strottehoofd is somtijds aan ontsteking (I. bl. 383) onderhevig en sleept ulcerative verwoesting van "liet slijmvlies en van de strottehoofdskraakbeenderen (rheumatische phthisis), als ook verbeening dezer laatsten na zich.— De kraakbeenderen, die in den lateren mannelijken leeftijd, standvastig verbeenen, ondergaan deze verandering ook somtijds vroegtijdig, ten gevolge van hyperaemie of ontsteking van het perichondrium, bij breuken of verbuigingen der kraakbeenderen, rondom zweren enz.; de verbeende plaats kan vervolgens de zitplaats van carieuse verwoesting en necrosis worden. Het s trotteklepj e verbeent nimmer, maar wel kan het, als zijnde een vezeldradig kraakbeen, door een chronisch ontstekingsproces (I. bl.396) worden aangetast, dat eene calleuse Verschrompeling, misvorming, rigiditeit, incrustatie en verweeking veroorzaakt. Deze kraakbeenderen worden meestal door verwoestingsprocessen, uit hunne nabuurschap afkomstig, aangedaan (bij verzwering van het slijmvlies, het onderliggende celweefsel of het perichondrium). — Van de afwijkingen in wijdte der strottehoofdsholte is de vernaauwing (laryngosten osis, II. bl. 126) veel gevaarlijker dan de verwijding (II. bl. 118). Zoo kan ook de verstopping door verschillende vreemde stoffen (II. hl. 154) of ziekelijke voortbrengselen (II. bl. 158) den dood door verstikking te weeg brengen. — Bloedingen uit het strottehoofd (II. bl. 50) komen niet dikwijls voor en zijn nimmer zeer overvloedig. —Gedaante- en plaatsveranderingen van den larynx, zie II. bl. 145; stoornissen in de continuïteit, zie II. bl. 164. — De kramp der stemspleet (spasmus ghtticlis, laryngismtis stridulus, asthma spasmodicum infantum, asthma MiUari s. thymicum Kopii) bestaat in eene krampachtige vernaauwing en zelfs sluiting der stemspleet, en vergezelt, als eene nerveuse complicatie, als reflexkramp (II. bl. 180), niet alleen strottehoofds-, luchtpijps- en longziekten, maar dikwijls ook andere met krampen verbondene kwalen, vooral hysterie en hydrophobie.

Sluiten