Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven, waardoor eene soort van afspoeling dezer deelen bewerkstelligd wordt; snuiten, d. i. een sterk uitademen door den neus met gesloten mond; het lage hen wordt door meer of minder klinkende, snel op elkander volgende, kort afgebrokene, stootsgewijze uitademingen gevormd; het weenen is dikwijls een geluidgevend, door inademing afgebroken, stootsgewijs uitademen met opvolgend diep inademen, met tranenvloed en een eigenaardig gebaardenspel.

De ademhalingsbewegingen bij den man verwijden inzonderheid de zijdelingsche, onderste ribbenstreek, terwijl bij de vrouw hoofdzakelijk de voorste ribbenstreek wordt opgeligt en bij het kind bijna alleen eene abdominaal (middelrifs) ademhaling wordt opgemerkt. — De ademhalingen, wier getal overigens naar den ouderdom, het geslacht en de individualiteit eenigzins verschilt, bedragen in den normalen toestand bij volwassenen ongeveer 12—24 in de minuut (gaande elke met 3—4 polsslagen gepaard), maar zijn niet volkomen rythmisch en gelijkvormig. In ziekten, vooral van de longen, kan de ademhalingsfrequentie bij volwassenen tot meer dan 60 in de minuut stijgen, maar ook tegennatuurlijk verminderen (respiratio frequens en rara). Even als het getal der ademhalingen kan ook hare grootte (de hoeveelheid der telkens in- en uitgeademde lucht), hare diepte en snelheid verschillen (resp. celeris en tarda; brevis en profunda); zij kunnen verder gemakkelijk en krachtig (resp. facilis en fortis) of met moeite en zwak geschieden (resp. diflicilis en debilis, dysprioea, asthrna, orthopnoca, prona, incubus); zij kunnen ook zijn: zonder geluid of met geluid verbonden (resp. rauca, stridens , sibilans , fisiulosa, siertorosa, anhelosa,, suspiriosa, clangorosa, rhonchosa); gelijkmatig of ongelijk, tusschenpoozend enz.

De ademhalingsbewegingen zijn gedeeltelijk aan den wil onderworpen (waarom men dezelve tot bijzondere doeleinden kan wijzigen), gedeeltelijk zijn zij onwillekeurig en wel teruggekaatst. De zenuwen, die deze laatste besturen hebben haar vereenigingspunt in het verlengde merg; hier worden de bewegingsvezelen eerst door de mededeeling (terugkaatsing) van de prikkeling der een tripetaai-leidende vezelen opgewekt; de normale prikkel en de plaats van prikkeling dezer laatste (opwekkings-) vezelen zijn echter noch niet naauwkeurig bekend (waarschijnlijk bestaat de prikkel in het koolzuur zoowel van het bloed der long- als der algemeene haarvaten, en in de lucht der longen?). Ziekelijke prikkelingen en dus ook de verschillende ademhalingswijzigingen kunnen van alle punten des ligchaams (niet alleen van de longen), ook van de centraalorganen des zenuwstelsels en van het bloed uitgaan, waarom dan ook de stoornissen in de ademhaling wel eene ziekte der longen kunnen doen vermoeden, maar in het algemeen even onzekere verschijnselen als pijn, koorts en kramp (II. 1)1. 177) zijn.

*) Borstvlies, pleura.

Het borstvlies (I. bl. 262), van welks gaafheid en gladheid aan de inwendige oppervlakte, de mogelijkheid, volledigheid en gemakkelijkheid van de uitzetting der longen, alzoo de ademhaling, afhangt, is zeer dikwijls aan ontsteking (pleuritis; I. bl. 263) onderhevig, en deze brengt gelukkigerwijze veel menigvuldiger vergroeijing tusschen de beide platen van het borstvlies dan empyema te weeg. De eerste maakt, wel is waar, de uitzetting der long op de vergroeide plaats onvollediger en geeft daardoor ligtelijk aanleiding

Sluiten