Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ker hypochondrium, van de 9de rib af) en door den vollen, helderen, tympanitischen maagtoon (in het linker liypochondrium).

a) Abnormale volle toon (bij vermeerderde hoeveelheid lucht): bij emphyseem, pneumothorax en groote, ledige, luchthoudende en oppervlakkig liggende hollen in de longen.

b) Kortere, minder volle toon (bij geringere hoeveelheid lucht): bij eene gedeeltijke opvulling der luchtwegen met vloeibare of hier en daar verspreide verstopping met vaste stoffen (oedeem, pneumonie, haemopto'ische infarctus), en bij vernaauwing der luchtwegen door het catarrhaal gezwollen slijmvlies, of door zamendrukking (bij tuberkelgranulitien) of door opeenpakking van het longweefsel (daarom boven een empyeem, eene uitgebreide hepatisatie en somtijds een hypertrophisch hart).

c) Ledige toon (bij gebrek aan lucht): bij hepatisatie, verharding, verschrompeling en in liet algemeen bij infiltratie der longen met eene vaste massa (tuberculeuse, kankerachtige, bloedige); bij empyema en hydro- of haemato-thorax.

11) Heldere toon (bij dunne wanden): bij emphyseem en pneumothorax (helder en vol); bij oppervlakkige en groote cavernen met vaste wanden (helder en kort).

e) Doffe toon (bij dikke wanden) moet, behalve bij verdikking van den borst wand, in meerdere of mindere mate bij alle long- en borstvliesziekten vernomen worden, die den korten en ledigen percussietoon opleveren.

f) Tympanitische toon (bij verslapte wanden), ten gevolge van doortrekking met vocht of zamenvalling): in het eerste of tweede tijdperk der longontsteking of bij oedeem (korte tympanitische toon); bij eenen matigen graad van pneumothorax en (supplementair) emphyseem (volle tympanitische toon),- bij groote, oppervlakkige en door vaste wanden ingesloten cavernen (korte tympanitische toon); bij zamenschuiving der long boven een pleuritisch exsudaat, groote gehepatisecrde plekken, een hypertrophisch hart (korte tympanitische toon).

rj) Metaalachtige toon (II. bl. 244): bij eenen hoogen graad van pneumothorax en groote, luchtbevattende, oppervlakkige cavernen.

h) Toon van den gebroken pot zie II. bl. 244.

IV. Betastingspercussie. Uit de weerstandbieding der gepercutieerde deelen kan men beoordeelen: de spanning en resistentie der bekleedselen; den graad van hardheid en digtheid van geene luchtbevattende organen ; den graad van zamendrukking van ingesloten vloeistoffen , den graad van spanning van luchtbevattende deelen. Bij long-borstvliesziekten kan de weerstandbieding vermeerderd of verminderd zijn :

a) de weerstand bieding is vermeerderd: bij luchtledigheid der long en de aanwezigheid van vloeistoffen in de borstvliesholte, het meest bij empyema en hydrothorax, daarna bij infiltratiën van het longweefsel.

b) de weerstand is des te zwakker en veerkrachtiger, hoe meer lucht er in de long aanwezig is (bij emphysema) of in de pleura (bij pneumothorax).

V. Auscultatie. Bij het beluisteren der long moet men, even als bij de percussie der borstkas, altijd dezelfde plek aan de regter en linker zijde na elkander onderzoeken en het gehoorde te zamen vergelijken ; door deze vergelijking alleen kan men eene gevolgtrekking tot den inwendigen toestand maken. Wanneer wij den dikkeren of dunneren borstwand en de sterkere of zwakkere ademhaling daarlaten, dan vinden wij de volgende ziekelijke geluiden.

o) Vesiculaire geluiden: a) Versterkt vesiculairademen (II. bl. 249); scherper, ruwer, luider, pueriel), dikwijls met uitadem ingsgeruiscli verbonden: bij vernaauwing der fijnste bronchiaaltakken, ten gevolge van ontstekingachtige zwelling van het slijmvlies (bron-

Sluiten