Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Jen lslen kamertoon een geruisch (systolisch), dan kan zoowel dat klapvlies als dit ostium ziek zijn (insufiicientie van het atrio-ventriculaire klapvlies; stenosis van de slagaderlijke monding).

b) Bij den tweeden hart- of kamer-toon zet zich de kamer uit (diastolische toon), het bloed vloeit uit den boezem door het veneuse ostium in de kamer en door de zamentrekking der slagader worden de slagaderlijke of hal vemaanswij ze klapvliezen uitgespannen.

Is de diastolische toon normaal, dan zijn het veneuse ostium en de halvemaanswijze klapvliezen gezond ; — hoort men in de plaats van den 2den kamertoon een geruisch (diastolisch), dan kan zoowel dat ostium als die klapvliezen ziek zijn (stenosis van het ostium venosum; insullicientie der halvemaanswijze klapvliezen).

c) Bij den eersten slagadertoon wordt het bloed, ten gevolge van de zamentrekking der hartekamcr, door hare slagaderlijke monding in de slagader gedreven, llij is des te sterker, hoe voller de slagader, hoe grooter de ingedrevene bloedgolf is en hoe sterker zij voortgestuwd wordt.

Is de eerste slagadertoon normaal, dan zijn de slagaderlijke monding der kamer en de wand der slagader gezond, — hoort men in de plaats van dezen toon een geruisch , dan kan zoowel dat ostium als de slagaderlijke vaatwand ziek zijn (stenosis van het slagaderlijke ostium; ruwheid en verbeening van den vaatwand).

cl) Bij den tweeden slagadertoon trekt zich, terwijl de kamer hare diastole volbrengt, de slagader te zamen en drijft het bloed tegen de halvemaanswijze klapvliezen aan. Deze toon is des te sterker en klinkender, hoe wijder de slagader is, hoe meer bloed zij bevat, hoe veerkrachtiger en dunner de slagaderlijke klapvliezen zijn. Somtijds is deze toon gesplitst, dan staat gewoonlijk een der klapvliezen hooger (en wordt eer uitgespannen) dan de beide andere.

Is de tweede slagadertoon normaal, dan zijn de slagaderlijke klapvliezen gezond; hoort men in zijne plaats een geruisch, dan zijn zij daarentegen ziek (insufficiënt).

e) Hoort men hetzelfde geruisch zoowel in de kamer als in de slagader, dan moet de zitplaats van de ziekte, die het veroorzaakt, in het slagaderlijke ostium zijn (stenosis, wanneer het "eruisch in de plaats van den eersten harttoon komt; insuffieiëntie, wanneer het voor den tweeden toon in de plaats treedt).

f) Hoort men een geruisch alleen in de kamer, dan is deszeifs bron in het veneuse ostium, bij insuffieiëntie van het atrioventriculaire klapvlies, in de plaats van den lsUra toon; bij stenosis van het ostium venosum, in de plaats van den 2tlen toon).

g) Onder de ziekten der klapvliezen en mondingen (die vooral in het linker hart voorkomen) brengen die van het Imker veneuse ostium eene belangrijke verwijding van de regter helft des harten te weeg en maken het hart derhalve breeder; zij versterken den 2(lon pulmonaaltoon en gaan meestal met eenen kleinen pols gepaard. — Ziekten van de monding der aörta veroorzaken verwijding en hypertrophie van de linker kamer en maken

Sluiten